DEN HAAG - De koopkracht van alle Nederlandse huishoudens daalt de komende vier jaar het hardst bij het CDA, D66 en de SGP. Een koopkrachtstijging is er alleen bij de SP en de PvdA.

Het overheidstekort wordt tot 2015 het hardste aangepakt bij de VVD, het CDA en de SGP en het minst door de SP, GroenLinks en de PvdA.

De werkgelegenheid stijgt het meest bij de VVD, GroenLinks en het CDA en daalt als enige bij de SP.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van de analyse door het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma's van negen politieke partijen die donderdag bekend werd. De analyses laten de voor- en nadelen van beleidsmaatregelen zien.

Uniek

De doorrekeningen van het CPB, een unieke Nederlandse traditie, werden voor het eerst in 1986 gemaakt. Inmiddels doen bijna alle partijen die nu in de Tweede Kamer zitten er aan mee, behalve de Partij voor de Dieren en Trots op Nederland.

De rekensommen van het CPB richten zich voornamelijk op de overheidsfinanciën, op de koopkracht van de huishoudens en op de werkgelegenheid.

Links-rechts

Uit de analyse komt een klassieke links-rechts tegenstelling naar voren. Het overheidstekort de komende vier jaar wordt door de VVD het snelst teruggebracht, met 20 miljard euro. CDA en SGP volgen met 18 miljard. PvdA (11 miljard), GroenLinks (10,75) en SP (11 miljard) bezuinigen veel minder de eerste jaren.

De verbetering van de overheidsfinanciën op de langere termijn wordt het meest ambitieus aangepakt door de VVD (39 miljard), D66 (37), GroenLinks en de ChristenUnie (beiden 35 miljard). Het minst doen hier de SP en de PVV.

Koopkracht

De koopkracht lijdt het meest in het programma van de SGP: alle huishoudens gaan er samen in vier jaar tijd 8 miljard euro op achteruit, in vergelijking met de situatie dat er niets zou gebeuren. Bij het CDA is dat 3,5 miljard euro koopkrachtdaling, bij D66 en de ChristenUnie rond de 3 miljard.

De PvdA zorgt voor een totale koopkrachtstijging van een kwart miljard, de SP gaat voor 1,25 miljard. Per saldo ontzien VVD en CDA vooral de hogere inkomens. PvdA belast de lagere inkomens het minst en de SP geeft ze zelfs wat extra.

Bedrijfswinsten

De winst van bedrijven lijdt het meest bij de ChristenUnie en bij GroenLinks: beiden ruim 4 miljard, maar zelfs nog bij de VVD (1,25 miljard) en bij de PVV (2,75 miljard). Bedrijven zijn het beste af met het CDA, dat voor een plus van 1 miljard euro zorgt.

De prijzen van koopwoningen gaan het meeste dalen bij D66 (10 procent eraf) en bij de linkse partijen: dalingen van 6 tot 7 procent. Huizen dalen ook nog in waarde bij de VVD (min 2 procent) en het CDA (min 1 procent). Alleen de PVV zorgt voor behoùd van de waarde van huizen.

Ambtenaren

Het CPB zet grote vraagtekens bij de plannen van veel politieke partijen om miljarden te bezuinigen op het ambtenarenapparaat.

Een aantal partijen gaat uit van 4 miljard euro bezuinigingen: 2 miljard bij het Rijk en 2 miljard bij lagere overheden. ''Dat is zeer omvangrijk, 25 procent reductie van het ambtelijk apparaat. Wij betwijfelen of dat haalbaar is'', zei Teulings.

Teulings was tevreden over het besef van urgentie bij partijen over de ernst van de economische situatie. Alle partijen willen de benodigde forse bezuinigingen doorvoeren. Tegelijk valt er veel te kiezen. ''Voor de kiezer is dat goed nieuws'', aldus Teulings.

Gemiddeld bezuinigen partijen 15 miljard euro in de eerste kabinetsperiode. In combinatie met lange termijn hervormingen, zoals verhoging van de AOW-leeftijd, wordt in totaal voor gemiddeld 30 miljard euro bespaard.

Onvermijdelijk

Volgens Teulings is vroeg of laat bezuinigen voor iedereen onvermijdelijk en is de precieze timing een politiek keuze. ''Hoe meer je bezuingingen uitstelt, hoe meer je onze kinderen laat betalen en hoe meer we nu moeten opbrengen.''

Door de groottte van de bezuinigingen kunnen deze volgens Teulings niet zonder gevolgen voor de economie, koopkracht en dienstverlening van de overheid worden doorgevoerd.

Zo betekent de gemiddelde besparing van 15 miljard euro van partijen de komende kabinetsperiode 0,4 procent minder economische groei en 1 procent meer werkloosheid. Ook daalt de koopkracht harder naarmate een partij voor 2015 meer bezuinigt.