LINNE - De recherche onderzoekt woensdagochtend in de pastorie van het Midden-Limburgse Linne de vondst van een bot, dat daar maandag door een bouwvakker ontdekt is. Het wordt niet uitgesloten dat het is van een 7-jarig meisje dat in 1931 verdwenen is.

Het meisje zou in die tijd mogelijk vermoord zijn. Het bot werd gevonden onder een vloer van de pastorie, die momenteel verbouwd wordt voor een kapelaan.

Een politiewoordvoerder kon woensdagmorgen nog niet zeggen of er een relatie bestaat met een mogelijke moord op de 7-jarige Bertha Evers, die ruim zeventig jaar geleden verdween vlak voordat zij haar eerste heilige communie moest doen. "We gaan eerst kijken wat er ligt en of het een menselijk bot zijn."

De politie kreeg maandag een anonieme brief over de vondst. Daarin werd een verband gelegd met de verdwijning en mogelijke moord op de kleine Bertha. De politie zal later woensdag een verklaring afleggen over deze zaak.

Het bot lag onder de vloer van de oude zitkamer van de toenmalige pastoor Hermans en werd gevonden door een bouwvakker die bezig was met verbouwing aan het pand. Hij vertrouwde het niet en haalde een huisarts erbij, die de politie inschakelde. Die heeft de bouwactiviteiten stopgezet.

Volgens aannemer M. Slabbers uit Linne was Bertha een dochtertje van de slager die schuin tegenover de pastorie woonde. Naast de kerk lag het café van Jan van Col, die destijds verdacht werd van de moord op het kind. Hij werd gearresteerd, maar werd na twee weken vrijgelaten, omdat het lijkje niet werd gevonden.