48 procent allochtonen: te veel allochtonen in Nederland

DEN HAAG - Bijna de helft van de allochtonen in Nederland vindt dat er hier te veel allochtonen zijn. Naast 48 procent van de allochtonen heeft ook 65 procent van de autochtonen deze mening. Dat blijkt uit de Rapportage minderheden 2003 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), die donderdag is overhandigd aan minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie.

De conclusie is dat de maatschappelijke positie van minderheden in Nederland geleidelijk verbetert. Een grote meerderheid van 70 tot 80 procent van de etnische minderheden vindt het fijn in Nederland, meer en meer allochtonen werken en ze doen het steeds beter op school.

Etnische groepen

De tweejaarlijkse rapportage heeft vooral betrekking op de vier grootste etnische groepen in Nederland: Turken, Marokkanen, Antillianen en Surinamers. Zij vormen samen ongeveer 60 procent van het totale aantal allochtonen in Nederland.

Zowel allochtonen als autochtonen vinden niet dat het makkelijker moet worden om in Nederland asiel te krijgen. Wel noemen beide groepen het positief dat in een land verschillende culturen bestaan. Daar tegenover menen allochtonen en autochtonen dat een wijk er niet op vooruit gaat als er veel allochtonen wonen.

Bijna tweederde van de allochtonen zegt nooit of bijna nooit persoonlijk gediscrimineerd te zijn. Van de allochtonen geeft 5 tot procent aan vaak te worden gediscrimineerd en 29 tot 34 procent af en toe, afhankelijk van de afkomst.

Opvallend is dat het merendeel van de allochtonen denkt dat hun eigen groep wordt gediscrimineerd, maar de meesten geven tegelijkertijd aan dat zij daar persoonlijk bijna of nooit ervaringen mee hebben. Zo heeft bijvoorbeeld 22 procent van de Marokkanen de indruk dat de Marokkaanse bevolking in Nederland vaak wordt gediscrimineerd, terwijl slechts 6 procent zelf vaak met discriminatie te maken heeft.

Werkloosheid

In de periode 1994 tot 2002 zijn steeds meer allochtonen gaan werken. Vooral de Marokkaanse mannen maken een inhaalslag. Had in 36 procent een baan, in 2002 was dat 59 procent. De werkloosheid in Nederland steeg in 2003 vanwege de slechte economie. Onder Turken en Marokkanen loopt de werkloosheid echter minder op dan bij de autochtone bevolking.

Het SCP is bezorgd over de toenemende werkloosheid onder jonge allochtonen. Vooral bij de Surinaamse en Antilliaanse jongeren, van wie nu meer dan een kwart niet werkt.

Tussen 1996 en 2002 is het aantal Turkse en Marokkaanse leerlingen op havo en vwo gestegen en ook op hbo en universiteit studeren meer allochtonen. Maar nog steeds kiezen de meeste allochtone jongeren voor een mbo-opleiding. In het basisonderwijs doen Turken en Marokkanen het met rekenen goed, al staan ze nog op achterstand in vergelijking met autochtone leerlingen.

Wat betreft de Nederlandse taal lopen allochtonen ongeveer twee jaar achter op hun autochtone leeftijdsgenoten wanneer zij van de basisschool komen. De allochtonen zijn duidelijk bezig met een leer-inhaalslag. Alleen Antilliaanse leerlingen blijven achter. Marokkaanse en Turkse enquêteurs en tolken zijn bij het onderzoek betrokken om te voorkomen dat bepaalde groepen niet werden gehoord.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie