RIJSWIJK - Steeds meer mensen die het slachtoffer zijn geworden van een geweldsmisdrijf, stappen naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een vergoeding voor de schade en het leed dat hen is aangedaan. Het fonds kreeg vorig jaar 5101 nieuwe aanvragen binnen, 5 procent meer dan in 2001.

Dat blijkt zaterdag uit het jaarverslag van het Schadefonds Geweldsmisdrijven over 2002. Er is al jaren sprake van een stijging.

Ook keerde het fonds opnieuw meer geld uit: in totaal bijna 6,7 miljoen euro. Daarvan was ruim 2,3 miljoen uitgegeven als tegemoetkoming in materiële schade zoals inkomensschade en schade aan goederen en ruim 4,3 miljoen voor immateriële schade vanwege emotionele problemen (smartengeld). In 2001 was het totaalbedrag ,9 miljoen euro en in 2000 ruim 4,7 miljoen euro.

Omdat er aan het begin van 2002 nog 4801 oude dossiers op de plank lagen, had het fonds in totaal 9902 dossiers in behandeling. Daarvan werden er vorig jaar 2586 gesloten zonder dat er een beslissing was genomen, onder meer doordat die aanvragen werden ingetrokken. In 3114 zaken volgde wel een beslissing, maar het jaarverslag meldt niet hoeveel er werden toe- dan wel afgewezen.

Eind 2002 waren er nog 4202 dossiers niet behandeld. De gemiddelde tijd waarop een dossier wordt behandeld, bedroeg twaalf maanden. Dat is ongeveer gelijk aan het jaar daarvoor.

Het schadefonds bestaat sinds 1975 en is bedoeld als vangnet voor mensen die schade hebben opgelopen bij geweld en dat niet op een andere manier vergoed kunnen krijgen. Ook nabestaanden kunnen voor de tegemoetkoming in aanmerking komen. Ondanks de stijging van het aantal aanvragen, gaat het om een beperkt deel van de 20.000 tot 30.000 geweldsslachtoffers die er jaarlijks zijn. Het fonds probeert laagdrempeliger te worden.