ASSEN - De 32-jarige H.D. is opnieuw veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar omdat hij weigert mee te werken aan de terugkeer van zijn zesjarige zoon Hamza, die hij in 1999 ontvoerde naar Algerije. De rechtbank in Assen beschouwt dit als een voortdurend delict en veroordeelde de man conform de eis van de officier van justitie. D. gaat in hoger beroep.

Met de uitspraak heeft de Asser rechtbank jurisprudentie geschreven. De strekking is dat kinderontvoerders niet na een paar jaar cel vrijkomen en hun kind in de armen sluiten. D. kan nu tot 2015, wanneer Hamza meerderjarig wordt, telkens opnieuw worden vervolgd.

De rechtbank neemt het D. zeer kwalijk dat hij halsstarrig blijft weigeren mee te werken aan de terugkeer van het kind en vindt dat hij daarmee de belangen van moeder en kind blijft minachten.

Ontvoering

In 2000 werd D. al veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens ontvoering. Hij beloofde de rechtbank vervolgens schriftelijk contact op te nemen met zijn familie in Algerije, waar Hamza verblijft. Hij zou ze verzoeken het kind naar de Nederlandse ambassade in Algerije te brengen.

Twee weken geleden constateerde officier van justitie M. Geerds dat D. zich niet aan de afspraak had gehouden. Hij kon niet bewijzen dat hij de brief had geschreven en zei vervolgens dat de gevangenis in Vught, waar hij verblijft, de brief weigerde te versturen. Verder weigert D. een document te ondertekenen waardoor het voor Hamza mogelijk wordt om buiten Algerije te reizen.

S. Karkache, advocaat van D., kondigde direct hoger beroep aan: "Het verweer van mijn cliënt dat hij wel medewerking verleent, maar zijn familie in Algerije niet, wordt door de rechtbank niet geloofd. Ik heb er vertrouwen in dat het gerechtshof in Leeuwarden dit wél gaat onderzoeken."