DEN HAAG - De gemeente Amsterdam denkt dat er sprake was van 'onvoldoende marktwerking' bij de aanbesteding van de ondergrondse Noord-Zuidlijn. De offertes van de bouwcombinaties vielen twee jaar geleden bijna twee keer zo hoog uit als de raming van de gemeente, zo vertelde bouwmanager J. Bosch woensdag tijdens de parlementaire enquête Bouwnijverheid.
Noord-Zuidlijn

Bij een tweede poging tot aanbesteding van zes deelprojecten vorig jaar stelde de gemeente een aantal nadere eisen en verruimde de raming, maar kwamen de aannemers bij drie projecten toch weer hoger uit. Met name de kosten van onderaannemers bleken opvallend hoger dan in de ramingen. Amsterdam verklaarde deze drie opdrachten 'niet passend'.

Begin dit jaar stuurde de bouwcombinatie Heijmans/Holzmann een e-mail aan de Franse onderaannemer Soletanche om niet in zee te gaan met de Duitse concurrent Max Bögl, die tot verrassing van de Nederlandse bouwers al een succesvol bod had gedaan op de bouw van station Rokin. Deze e-mail kwam per ongeluk bij de gemeente Amsterdam terecht en droeg bij aan het vermoeden van beperkte marktwerking.

Heijmans voerde in de e-mail aan dat Bögl te laag zat met zijn prijs en dat Soletanche bovendien had beloofd alleen met de Nederlandse bouwer samen te werken. "Dat mocht Heijmans nooit vragen voor een project waar het bedrijf zelf niet eens op had ingeschreven. Er was sprake van het afschermen van de markt", concludeerde Bosch.

Uit gegevens die de enquêtecommissie presenteerde blijkt dat specialistische onderaannemers vaker exclusieve relaties aangaan met bouwbedrijven. Volgens Bosch is dit weer beperking van de marktwerking, waardoor de prijs hoger kan uitvallen dan bij 'gewone' concurrentie. In de praktijk blijkt bovendien dat Max Bögl veel moeite heeft met het vinden van onderaannemers.