STOCKHOLM - De Zweedse politie heeft woensdag bevestigd dat er hard DNA-bewijs is in het onderzoek naar de moord op de Zweedse minister Anna Lindh. Uit onderzoek in Groot-Brittannië is gebleken dat DNA-materiaal gevonden op het moordwapen, een mes, overeenkomt met genetisch materiaal van de gedetineerde verdachte.

Zweedse media hadden al gezegd dat het DNA-bewijs overtuigend was, maar de politie wilde er steeds niets over zeggen. Een zegsman van de politie in Stockholm wilde woensdag geen details verstrekken, maar hij benadrukte wel dat het onderzoek "de verdenkingen tegen de 24-jarige hebben versterkt".

Voorarrest

Lindh werd vorige maand doodgestoken in een warenhuis in Stockholm. Het Openbaar Ministerie vroeg donderdag opnieuw om verlenging van het voorarrest met nog eens twee weken. Zij hebben meer tijd nodig om het onderzoek af te ronden.

De advocaten van de verdachte Mijailo Mijailovic hebben aangekondigd dat ze donderdag opnieuw willen overleggen over de detentie van hun cliënt. "We willen dat de rechtbank beslist of er gronden zijn om hem vast te houden", zo zei zijn advocaat tegen het persbureau TT. "We willen dat hij wordt vrijgelaten."