DEN HAAG - Het onderwijs op islamitische scholen is nergens in strijd met de beginselen van de democratie. Bovendien bevorderen de scholen in meer of mindere mate de integratie van hun leerlingen.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, dat minister Van der Hoeven dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De inspectie heeft tussen april en juli van dit jaar twintig islamitische scholen uitgebreid onderzocht, als vervolg op een onderzoek uit 2002. De onderzoekers hebben vooral gekeken naar leergebieden waarin mens- en wereldbeeld een rol spelen, zoals godsdienst en wereldoriëntatie.

Niet in strijd

Op alle scholen heeft de inspectie vastgesteld dat de inhoud van het godsdienstonderwijs niet in strijd is met de basiswaarden van de Nederlandse samenleving. Wel is de pedagogisch-didactische kwaliteit van het godsdienstonderwijs matig. Volgens de inspectie komt dat mogelijk doordat veel leerkrachten die godsdienstonderwijs geven geen lerarenopleiding hebben gehad.

Dit kwam ook al naar voren uit het onderzoek van vorig jaar. De Islamitische-Scholen-Besturen-Organisatie (ISBO) is bezig met het ontwikkelen van een leermethode voor het islamtische godsdienstonderwijs die toegesneden is op de Nederlandese context.

Uit de beklaagdenbank

Hierdoor zal de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. De ISBO is tevreden over de uitkomsten van het onderzoek. De islamitische scholen zijn hiermee "uit de beklaagdenbank", stelt de organisatie in een persverklaring.

Ze beklaagt zich daarin wel over de "minder gelukkige wijze" waarop op sommige scholen de inspecties plaatsvonden. "Bij de onaangekondigde bezoeken van inspecteurs werden soms lokalen doorzocht en werden materialen en dossiers ingezien als betrof het een rechercheonderzoek." De ISBO hoopt "dat deze exceptionele aanpak een eenmalig karakter had".