STOCKHOLM - De Nobelprijs geneeskunde 2003 is gewonnen door de Amerikaan Paul Lauterbur en Peter Mansfield uit Groot-Brittannië. Dat heeft het Karolinska Instituut in Stockholm maandag bekendgemaakt.

De twee wetenschappers kregen de prijs voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van de zogenoemde MRI-techniek (magnetic resonance imaging), waarmee met behulp van een magnetisch veld scans kunnen worden gemaakt van de inwendige mens. Dat onderzoek verloopt pijnloos en biedt een schat aan informatie. Hun ontdekkingen hebben geleid tot de ontwikkeling van MRI "hetgeen een belangrijke doorbraak is in de diagnose", aldus het juryrapport.

MRI-onderzoek heeft veel ingrijpende en vaak pijnlijke onderzoeken overbodig gemaakt. Een scan geeft vooral zeer gedetailleerde beelden van hersenen en ruggengraat, hoewel alle inwendige organen en weefsels er goed mee zijn te bekijken. Bovendien hoeft de patiënt niet te worden geprikt, dus is de kans op infecties gering. "MRI-onderzoeken zijn bij kanker van zeer groot belang voor diagnose, behandeling en naonderzoek", aldus het Nobelprijscomité.

Volgens de Britse omroep BBC worden over de hele wereld jaarlijks ongeveer zestig miljoen MRI-scans gemaakt. De eerste apparaten kwamen begin jaren '80 beschikbaar, nu zijn er wereldwijd .000 in gebruik.

Paul Lauterbur (74) en Peter Mansfield (69) krijgen samen ruim ,1 miljoen euro. Zij krijgen de onderscheiding op 10 december in Stockholm overhandigd. Het is overigens het derde achtereenvolgende jaar dat de Nobelprijs voor de geneeskunde mede naar een Britse onderzoeker is gegaan.