Kinderpornozaak komt opnieuw voor de rechter

DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) wil een verdachte in een kinderpornozaak opnieuw voor de rechter brengen, nadat een eerdere rechtszaak tegen hem is stukgelopen door procedurefouten.

Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie vindt het ''te betreuren'' dat de aanvankelijke dagvaarding niet goed was, waardoor het gerechtshof in Amsterdam de zaak nietig verklaarde.

Dat heeft de minister donderdag aan de Tweede Kamer geschreven in antwoord op vragen over zijn begroting.

De verdachte Jerry K. wordt opnieuw vervolgd voor Nederlandse verdenkingen van kinderporno. Een kinderpornozaak waarvoor hij samen met een handlanger is veroordeeld in Brazilië, valt buiten de nieuwe dagvaarding.

Nederland heeft een overeenkomst met Brazilië gesloten over de overdracht van gevangenen. Daardoor kan Nederland het tweetal opsluiten op grond van de Braziliaanse veroordeling.

Noodpaspoorten

De twee mannen konden na hun eerste veroordeling door een Braziliaanse rechtbank het land in 2004 ontvluchten met noodpaspoorten van het Nederlandse consulaat en ontliepen op die manier hun straf.

Het gerechtshof in Rio de Janeiro veroordeelde de Nederlanders in april vorig jaar tot gevangenisstraffen van respectievelijk 21 en zeventien jaar.

De advocaat van K., Mark Teurlings, is woedend over de nieuwe zet in deze zaak. ''Het gaat in de politiek kennelijk niet om de waarheid, maar om wat men vermoedt wat is gebeurd.

Iedereen die het dossier kent, weet dat ze het niet hebben gedaan. Van de Braziliaanse meisjes die in het strafdossier als slachtoffers worden genoemd, is namelijk geen kinderporno aangetroffen'', verduidelijkt de raadsman.

Geen enkel bewijs

Door de Braziliaanse zaak niet mee te nemen bij de vervolging in Nederland, kan de Nederlandse justitie de Braziliaanse straf nu in Nederland ten uitvoer leggen.

''Daardoor kan ik mijn cliënt niet meer in Nederland verdedigen, terwijl duidelijk is dat er geen enkel bewijs tegen hem is'', benadrukt de advocaat.

''De Nederlandse rechtsgang wordt op deze manier buitenspel gezet. De minister heeft daar kennelijk geen vertrouwen in. Nou, wij wel. Ik heb net met K. overlegd en wij gaan bij het gerechtshof in Amsterdam eisen dat het OM in Nederland mijn cliënt alsnog voor de Braziliaanse zaak moet vervolgen, zodat een Nederlandse rechter zich toch over de zaak moet buigen.''

Tip de redactie