IZMIR - De twee Nederlandse vrouwen die in Turkije vastzitten op verdenking van heroïnesmokkel hebben zich daar niet schuldig aan gemaakt. Dat hebben de drie mannelijke verdachten, van wie twee de Nederlandse nationaliteit hebben, donderdag verklaard voor de rechtbank in de Turkse stad Izmir.

De Turkse advocaat M. Marangoz verzocht de rechtbank de vrouwen vrij te laten. Maar de rechter bepaalde dat ze vast moeten blijven zitten, omdat hij eerst nog ander bewijsmateriaal wil bestuderen. Het gaat daarbij om afgeluisterde telefoongesprekken en andere, papieren bewijsstukken.

Smokkel

De vier Nederlanders en een Turk worden verdacht van een voorgenomen smokkel van 24 kilo heroïne uit Turkije. De politie in de Zuid-Turkse stad Antalya hield in juni aanvankelijk zeven Nederlandse toeristen aan. Tijdens de inval in een hotel trof de politie in koffers de drugs aan.

De drie mannen hebben eerder al bekend. Ze verklaarden donderdag dat de verdachte vrouwen niets van de geplande heroïnesmokkel afwisten. De mannen hadden een spijkerbroek met daarin drugs in een koffer van de vrouwen gestopt zonder dat die wisten wat er in zat. De mannen hadden vervolgens gezegd dat ze de koffers later zouden komen ophalen.

Heroïnetransport

De mannen beweerden tot dusver dat de vrouwen bewust hebben meegewerkt aan het heroïnetransport. Op de vraag van de rechter waarom ze dat nu ontkennen, zeiden de mannen dat ze door de politie zijn gemarteld en dat ze daarom de voor de vrouwen belastende verklaring hadden afgelegd. Ook verklaarden de mannen dat ze de vrouwen in Antalya voor het eerst hebben ontmoet en dat ze elkaar niet vanuit Nederland kenden.

November

Op 6 november is de volgende zitting in de smokkelzaak. Dan moet blijken wat de rechters van het andere bewijs vinden. Tijdens de eerste zitting, vorige maand, werd een van de toen nog drie verdachte Nederlandse vrouwen, Eunice S. , vrijgelaten. De staatsveiligheidsrechtbank vond dat er onvoldoende bewijs was voor haar betrokkenheid bij de voorgenomen drugssmokkel.

De Turkse autoriteiten beschouwen de 47-jarige Y.C. uit Schiedam als hoofdverdachte. Deze Nederlander van Turkse afkomst heeft van 1997 tot 2001 al in Nederland in de gevangenis gezeten voor het invoeren van twaalf kilo heroïne.