DEN HAAG - Voormalig directeur prof. J. Duyvendak van het Verwey-Jonker Instituut heeft donderdag op een persconferentie stevig van zich af gebeten.

Hij bestreed de kritiek dat het onderzoek van het instituut vooringenomen en dus niet objectief was. Het gaat om het voorwerk dat Verwey-Jonker deed voor de commissie uit de Tweede Kamer die het integratiebeleid onderzoekt. "Alle feiten en conclusies zijn te controleren", aldus Duyvendak. "Het integratiebeleid is voor een deel mislukt en voor een deel geslaagd."

Verwijt

Hij probeerde het verwijt van de VVD en SP te weerleggen dat zijn instituut niet bij het Tweede Kamer-onderzoek betrokken had mogen worden. Hij zou zelf als wetenschappelijk onderzoeker bovendien vooringenomen positief zijn over de integratie van allochtonen in Nederland. Duyvendak schreef mee aan het partijprogramma van GroenLinks en was tot kort directeur van het Verwey-Jonker.

Onafhankelijk

De nieuwe directeur J. Bouttelier wees er op dat het Verwey-Jonker een politiek onafhankelijk instituut is. Bovendien was het nooit actief betrokken bij de beleidsontwikkeling rond integratie. Wel erkende hij een spanningsveld omdat er onderzoeken over minderheden en integratie werden gedaan. "Maar zonder kennis hadden wij het vooronderzoek onmogelijk kunnen doen in twee maanden", zei Bouttelier.

Hij wierp de "lelijke verdachtmakingen" verre van zich. "We moeten af van de suggesties dat er een complot zou zijn van wetenschappers, beleidsmakers en meningsvormers over integratie."

Volgens Duyvendak was het instituut slechts een kleine speler in het veld. ,Tot mijn vreugde hoor ik nu van collega's dat wij marginaal en vrij onbeduidend zijn." Het heeft hem verrast dat er zoveel ophef is ontstaan. "Het onderwerp is totaal gepolitiseerd." Duyvendak vindt dat hij als onderzoeker een politieke kleur mag hebben en wijst erop dat vele anderen dat ook zijn. Hij vermoedt dat het alleen erom gaat dat hij lid is van GroenLinks.

Duyvendak wees erop dat geen sprake was van een schema in het integratiebeleid omdat de doelstellingen in de loop der tijd steeds verschoven. Ook de politiek was de afgelopen dertig jaar slecht op de hoogte van het 'weinig gerichte' minderhedenbeleid. Bovendien wijzigden ze telkens hun standpunt erover.

Er werd wel veel over integratie gepraat maar nauwelijks specifiek beleid gevoerd, niet voor migranten maar ook niet voor autochtonen die ook in de achterstandswijken woonden. Daardoor ontstond er ook veel frustratie op die plekken.