NAJAF - Amerikaanse mariniers hebben dinsdag het bevel over de bezettingsmacht in Najaf, 140 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Iraakse hoofdstad Bagdad, overgedragen aan Spaanse en Latijns-Amerikaanse militairen.

De Spaanse generaal Alfredo Cardona zei dat de veiligheid in het gebied en hulp bij de wederopbouw de belangrijkste doeleinden van de strijdmacht zijn. Hij kreeg het bevel uit handen van de Amerikaanse generaal der mariniers John Kelly.

Vertraging

De overdracht was drie weken vertraagd, omdat de bij de Spanjaarden ondergebrachte Salvadoraanse, Hondurese, Nicaraguaanse en Dominicaanse troepen nog niet de benodigde en door de VS toegezegde vervoers- en communicatiemiddelen hadden ontvangen.

Het gebied waar de circa 1200 Spanjaarden en hun zevenhonderd Centraal-Amerikaanse en Caribische collega's werkzaam zijn, beslaat twee provincies: Najaf en al-Qadisiyah. De streek wordt geteisterd door gewelddaden, zoals de bomaanslag eind augustus in een moskee in Najaf waarbij de sjiitische voorman Mohammed Baqer al-Hakim en meer dan tachtig omstanders het leven verloren.

Bevelszones

De korte plechtigheid werd onder meer bijgewoond door de Poolse generaal Tyszkiewizc, de bevelhebber van de bezettingsmacht van de zone 'centraal-zuid'. Dat is een van de drie bevelszones die de VS hebben ingesteld. De grootste is de Amerikaanse zone en voorts is er in het zuiden de Britse zone, waar ook Nederlandse militairen patrouillleren.

Circa dertig landen hebben inmiddels militairen naar Irak gestuurd. De oorspronkelijke aanvallers, voornamelijk de VS en Groot-Brittannië, hebben respectievelijk 155.000 en 11.000 man in Irak of ruim 93 procent van het totaal van de bezettingsmacht. De rest bestaat uit circa 12.000 militairen van wie de meesten uit Italië, Polen, Spanje, Nederland, Centraal-Amerika en Roemenië komen.