DORDRECHT - Een moeder die wordt verdacht van kindermishandeling heeft afgelopen zomer op advies van Bureau Jeugdzorg in Dordrecht zeggenschap gekregen over haar peuter van 21 maanden. Het meisje zou uiteindelijk bij de moeder gaan wonen.

De toewijzing kwam boven water toen vorige week bij de rechtbank in Dordrecht de officier van justitie negen maanden voorwaardelijk tegen de moeder eiste wegens kindermishandeling. De vrouw zou haar baby ernstig hebben mishandeld. Het meisje belandde als baby van vier maanden in het ziekenhuis met diverse botbreuken, blauwe plekken en een ingedeukte borstkas. Sindsdien verblijft het in een pleeggezin.

Bureau Jeugdzorg betreurt de gang van zaken en wacht met de definitieve beslissing over toewijzing tot de rechterlijke uitspraak. Directeur B. Groeneweg: "Het was beter geweest als ons bureau de uitkomst van de strafzaak had afgewacht. Daarover hebben we intern al stevig gesproken. Maar wij vinden dat ook de moeder opvoedingscapaciteiten heeft. Bovendien is zij een verdachte en is nog niet bewezen dat zij de dader van de mishandeling is."

Jeugdzorg

Groeneweg benadrukt dat het meisje in elk geval in het pleeggezin blijft tot duidelijk is of de moeder wordt vrijgesproken en haar kind dus kan verzorgen. Bureau Jeugdzorg onderzocht na de mishandeling de civiele zaak en raakte volgens Groeneweg verstrikt in de echtscheidingszaak van de ouders. Na externe bemiddeling concludeerde het bureau dat het meisje het beste af was bij de moeder. Deze overweging kreeg de kinderrechter op 18 juni te horen.

De rechtbank in Dordrecht doet over twee weken uitspraak in de strafzaak.