AMSTERDAM - De recente slachtoffers in Uruzgan betekenen niet dat het de verkeerde kant op gaat met de missie. Dat zegt minister van Defensie Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) in het AD.

"Het klinkt wrang, maar Kevin van de Rijdt en Mark Leijsen zijn omgekomen bij operaties die bewijzen dat het de goede kant op gaat in Uruzgan."

De minister wijst erop dat Van de Rijdt als commando in gebieden kwam waar eerder nooit Nederlandse militairen kwamen. Leijsen trainde Afghaanse militairen die in de toekomst verantwoordelijk worden voor de veiligheid.

Militair is Nederland volgens de minister superieur aan de Taliban. Het mag volgens hem niet zo zijn dat de Taliban toch nog winnen omdat zij meer geduld hebben.

Veel veranderd

Hij spreekt in het interview tegen dat in Uruzgan weinig is bereikt. "Afghanistan was een broeinest van terroristen, een narcostaat en de terreur van de Taliban richting vrouwen was onbeschrijflijk."

Veel is volgens hem veranderd. "Inmiddels vliegen er commerciële vliegmaatschappijen op Uruzgan, durven ontwikkelingsorganisaties er kantoren te openen en worden er wegen gebouwd." Maar daar moet volgens hem wel voortdurend voor worden gevochten.

Toch gaat Nederland volgend jaar hoe dan ook weg. "We hoeven niet te blijven totdat de laatste Talibanstrijder zijn kalashnikov heeft neergelegd." De Afghaanse politie en het leger moeten uiteindelijk verantwoordelijk worden voor de veiligheid.