UTRECHT - Machinisten krijgen te makkelijk de schuld van het passeren van een rood sein, terwijl de manier waarop seinen geplaatst zijn in zulke gevallen vaak ook beter kan. Daar moet snel werk van worden gemaakt.

Ook moeten de criteria en de toetsing van de zogenaamde 'wegbekendheid' van de machinist eenduidiger worden.

Dat heeft bestuurder Roel Berghuis van FNV Bondgenoten zaterdag aan minister Camiel Eurlings geschreven.

Berghuis schreef de brief naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank in Arnhem van afgelopen vrijdag. Een machinist wiens goederentrein in november 2006 door rood reed en tegen een reizigerstrein botste in Arnhem, viel volgens de rechtbank niets te verwijten.

Onduidelijk

Voor de machinist was te onduidelijk welke seinen precies voor hem waren. Hoewel een machinist voldoende 'wegbekendheid' moet hebben voor hij een traject rijdt, zijn er geen regels die aangeven wanneer hij dat voldoende heeft.

De uitspraak bevestigt volgens FNV Bondgenoten dat machinisten te snel de schuld krijgen als ze door rood rijden. In het rapport van de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat (IVW) over het ongeluk stond dat het kon gebeuren doordat de machinist zijn route niet goed genoeg kende. De seinen voldeden volgens de Inspectie aan de regels.

Onderzoeker Jaap van den Top, die promotieonderzoek naar spoorveiligheid doet aan de TU Delft, deelt zorgen over de spoorveiligheid met vakbondsbestuurder Berghuis.

Eenduidig

''De seinbeelden op het Nederlandse spoor geven soms geen eenduidige instructie aan de machinist. Daar is in 1987 al een oplossing voor aangedragen, namelijk de invoering van een extra seinbeeld, maar dat is niet gebeurd.''

De onderzoeker schreef eerder samen met een collega van de Universiteit Leiden kritisch over het rapport van de IVW over het ongeluk.

Vreemd

In het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschappen stelden zij dat het vreemd is dat een sein dat aan alle eisen voldoet, kennelijk toch geen begrijpelijke situatie oplevert voor de machinist.

In hun artikel stellen zij aan de orde dat de inspectie alleen toetst of aan de regels wordt voldaan, zonder te kijken of de regels op zichzelf juist en opvolgbaar zijn.

Om herhaling van soortgelijke ongevallen te voorkomen, is het volgens hen nodig die vraag ook te stellen.