DEN HAAG - Slachtoffers van de giframp in Ivoorkust, waar afval van het in Nederland gevestigde olieconcern Trafigura werd gestort, hadden geen inzage mogen krijgen in bewijsstukken voor de strafzaak.

Door dat wel te doen, heeft de Nederlandse staat onrechtmatig gehandeld.

Dat heeft de rechtbank in Den Haag bepaald. In een kort geding had Trafigura geëist dat de Staat het Engelse advocatenkantoor Leigh Day & Co van de slachtofffers zou vragen de bewijsstukken terug te geven.

Daarbij zit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) over de schadelijkheid van het afval.

Rechtsgrond

De rechtbank oordeelde dat de Staat zonder rechtsgrond de stukken had verstrekt aan het advocatenkantoor, dat 30.000 mensen uit Ivoorkust vertegenwoordigt.

Volgens de rechtbank is het kantoor bij Trafigura aan het verkeerde adres, omdat de illegale stort is uitgevoerd door een ingehuurd lokaal afvalverwerkingsbedrijf.

De stukken zouden worden gebruikt voor een civiele aanklacht voor de rechtbank in Londen.

Afval

Het afval, dat in juli 2006 in Ivoorkust terecht kwam, was afkomstig van de Probo Koala. Dat schip was gehuurd door Trafigura. Het afval was aangeboden aan een lokaal bedrijf.

De onderneming betaalde de Ivoriaanse overheid 152 miljoen euro. Door het gif kwamen zestien mensen om het leven en raakten tienduizenden mensen gewond.