AMSTERDAM - De Libiër Ahmed al-J. is schuldig aan het ontstaan van de Schipholbrand, waar in oktober 2005 elf doden bij vielen.

Maar de fatale gevolgen van de vuurzee zijn hem niet aan te rekenen. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam donderdag bepaald.

Het hof veroordeelde Al-J. daarom tot anderhalf jaar gevangenisstraf. Al-J. heeft deze straf al in voorarrest uitgezeten en hoeft de cel niet meer in.

De brand in het detentiecentrum op Schiphol-Oost ontstond laat in de avond van 26 oktober 2005 in de cel van Al-J.

Nadat bewakers zijn celdeur hadden geopend, greep het vuur zo snel om zich heen dat een aantal gedetineerden niet meer kon worden bevrijd.

Sigarettenpeuk

De rechtbank veroordeelde de Libiër meer dan twee jaar geleden al tot drie jaar gevangenisstraf, omdat hij de brand zou hebben veroorzaakt door een brandende sigarettenpeuk weg te schieten. Die peuk zou in het beddengoed terecht zijn gekomen, dat vervolgens vlam vatte.

Een woordvoerster van het ministerie van Justitie kon niet aangeven wat er met Al-J. gebeurt nu hij niet meer de cel in hoeft, omdat ze niet op de specifieke zaak kan ingaan.

In het algemeen leidt een dergelijke veroordeling ertoe dat iemands verblijfsaanvraag wordt afgewezen en dat betrokkene het land moet worden uitgezet.