DEN HAAG - Het tegenhouden door de Bosnische Serviërs van konvooien die voor Dutchbat en de moslimbevolking in Srebrenica bestemd waren, kwam voort uit officieel beleid. Dat bevestigde getuige Momir Nikolic vrijdag tijdens het derde Srebrenica-proces tegen Vidoje Blagojevic en Dragan Jokic voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

"Wij hadden de taak bepaalde konvooien tegen te houden", aldus de toenmalige chef inlichtingen en beveiliging van de Bratunac Brigade, Momir Nikolic. "Dutchbat mocht niet voldoende brandstof en eerste levensbehoeften ontvangen om behoorlijk te kunnen functioneren", verklaarde de voormalige officier, die uit hoofde van zijn functie onder meer verantwoordelijk was voor de bewaking van strategische punten in het operatiegebied van de eenheid van Blagojevic.

Volgens Nikolic kwamen de orders voor het afknijpen van de enclave en de Nederlandse blauwhelmen uit de hoogste regionen van het leger. Ze kwamen tot ons van het opperbevel via de leiding van het Drina Korps en de Bratunac Brigade, aldus Nikolic.

De Nederlandse blauwhelmen die de beveiligde enclave moesten beschermen, kampten vanaf het voorjaar van 1995 met brandstof- en voedseltekorten. Hulpgoederen voor de moslimbevolking werden al sinds de zomer van 1994 zo veel mogelijk tegengehouden, om de situatie in Srebrenica zo te laten verslechteren dat de moslims uit zichzelf zouden vertrekken. Ook die acties werden uitgevoerd in opdracht van de hoogste militaire regionen.