AMSTERDAM - De verdachte van de Schipholbrand hoeft van het Openbaar Ministerie (OM) niet meer de gevangenis in.

Aanklager Hans Wesselink eiste in de hogerberoepszaak vrijdag wel een straf van twee jaar en 24 dagen, maar die heeft Ahmed al-J. al in voorarrest uitgezeten.

Het OM houdt hem niet als enige verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de brand waarbij elf doden vielen.

Brandstichting

Het OM acht bewezen dat Al-J. op 26 oktober 2005 opzettelijk brand heeft gesticht in zijn cel in het detentiecentrum op Schiphol-Oost.

Hij zou dat hebben gedaan door een sigarettenpeuk weg te schieten die in het beddengoed terechtkwam. Hij heeft daarmee de kans aanvaard dat er brand zou ontstaan, vindt het OM.

Tekortkomingen

Dat er tekortkomingen waren in de bouw van de cellen, in de hulpverlening en in de brandmeldinstallatie was volgens het OM doorslaggevend voor de omvang en ernst van de brand.

Het feit dat de brandweer laat arriveerde, heeft daar ook aan bijgedragen, aldus advocaat-generaal Wesselink.

''Er is een opeenstapeling van gebeurtenissen die de situatie alleen nog maar erger hebben gemaakt. Toch neemt dat alles de eigen verantwoordelijkheid van de verdachte voor zijn handelen niet weg.''

Hoger beroep

Het OM was in hoger beroep gegaan omdat het de straf van drie jaar te laag vond die de rechtbank Haarlem in juni 2007 oplegde aan Al-J., aldus Wesselink.

Dat hij nu toch tot een lagere strafeis komt, komt door zaken die tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep aan de orde zijn gekomen, zei hij.

Bewust

Advocaat Eduard Damman bepleitte vrijspraak voor zijn cliënt. Volgens hem is het goed mogelijk dat de brand niet in de cel van Al-J. is begonnen en dat zou zijn betrokkenheid uitsluiten.

Bovendien heeft de 27-jarige Libier nooit bewust het risico op de koop toe genomen dat er brand zou ontstaan door zijn handelen, laat staan een met zulke ernstige gevolgen.

In coma

De rechtspsychologen Peter van Koppen en Willem Wagenaar onderzochten het geheugen van de verdachte en kwamen tot de conclusie dat zijn verklaringen onbruikbaar zijn.

Al-J. schoot vaker een peuk weg, dus het kan best zijn dat hij zich herinnert dat hij dat op een andere dag heeft gedaan dan op 26 oktober.

Ook heeft de verdachte na de brand enkele dagen in coma gelegen, wat zijn geheugen heeft beïnvloed, aldus advocaat Damman. De raadsman stelde dat in deze zaak ''alle wegen naar vrijspraak leiden''.