AMSTERDAM - Zakenman Maurits 'Maup' Caransa is vrijdag op 93-jarige leeftijd overleden.

Dat hebben betrouwbare bronnen zaterdag bevestigd naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf.

Caransa, die veel horecapanden in Amsterdam had, stond al bekend als rijke zakenman, maar behaalde alle voorpagina's toen hij in 1977 werd ontvoerd na een bridge-avond in de Continental-Club tegenover het Amstel Hotel in de hoofdstad.

Vijf dagen later lieten de daders hem, na betaling van 10 miljoen gulden losgeld in nieuwe briefjes van duizend, ongedeerd vrij in Amsterdam-West. De ontvoerders zijn nooit gepakt.

RAF

Aanvankelijk werd gedacht aan een politieke zaak, naar aanleiding van enkele telefoontjes van de Rote Armee Fraktion, een Duitse terreurgroep die destijds niet voor extreem hard optreden terugdeinsde. Kort daarop bleek dat de RAF niets met de zaak te maken had.

Zijn ontvoerders heeft Caransa niet gezien. Zij droegen constant bivakmutsen en spraken alleen via een babyfoon met hem. Het enige wat de vastgoedmagnaat de politie kon meedelen was dat zij Engels spraken met een Zuid-Europees accent.

De zakenman heeft zelf onderhandeld over zijn vrijlating. De ontvoerders eisten eerst een bedrag van 40 miljoen gulden, zo vertelde het slachtoffer achteraf.

Hoge leeftijd

Caransa, die opgroeide in de Amsterdamse jodenbuurt, handelde onder meer in olie, kolen, auto's en afgedankt legermaterieel. Uiteindelijk koos hij definitief voor het vastgoed.

In 1964 richtte hij de handelsonderneming M. Caransa BV op. Caransa zelf werd president-directeur en bleef dat tot op hoge leeftijd.