AMSTERDAM - Vlaanderen is boos op Nederland, omdat het treuzelt met de verbreding van de Westerschelde. Dat zegt Leen van den Berg, die tot 1 mei secretaris was bij het bilaterale overlegorgaan Overleg Adviserende Partijen (OAP).

Vandaag maakte de Raad van State in een voorlopige uitspraak bekend dat de vaargeul van de Westerschelde voorlopig niet mag worden verruimd en verdiept.

Van den Berg vreest imagoschade voor zijn vaderland. "Naast Vlaanderen verliest ook het internationale bedrijfsleven vertrouwen in Nederland als internationale afspraken niet worden nagekomen."

De Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming hadden bewaar gemaakt tegen de werkzaamheden in de Westerschelde, omdat deze zouden leiden tot een aantasting van het natuurgebied Westerschelde en Saeftinghe.

Dringend beroep

Volgens de raad kan minister Gerda Verburg (Landbouw en Visserij) niet garanderen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast. Later dit jaar volgt een definitieve uitspraak van de Raad State.

De Antwerpse haven heeft na de uitspraak een dringend beroep gedaan op de Nederlandse regering om de verdieping toch door te laten gaan.

Vlaanderen en Nederland kwamen naar aanleiding van adviezen van het OAP in 2006 de Scheldeverdragen overeen, waarin naast verruiming van de Westerschelde ook afspraken zijn gemaakt over het op peil houden van de natuur door ontpoldering en het opkrikken van de infrastructuur van Zeeland.

"Vlaanderen ligt goed op schema en is de Scheldeverdragen nagekomen. Zo is de ontpoldering van het Vlaamse deel van de Hedwigepolder al begonnen en is de verruiming van de Schelde in Vlaanderen in 2007 gestart", aldus Van den Berg.

Alternatief

Nederland heeft tot dusverre veel gewikt en gewogen, maar weinig concreet uitgevoerd. De ontpoldering van het Nederlandse deel van de Hedwigepolder stuitte op veel verzet onder Zeeuwen.

Minister Verburg van LNV besloot in april te kiezen voor buitendijks natuurherstel via aanleg van schorren. Dit plan kost 180 miljoen euro, terwijl voor het ontpolderen van de Hedwigepolder slechts 30 miljoen euro nodig is.

"Dat bedrag van 30 miljoen zou door Vlaanderen worden betaald, omdat het geen dijk langs de grens hoeft aan te leggen als Nederland het aangrenzend deel van de Hedwigepolder onder water zet", aldus Van den Berg.

"Als Nederland een duurder alternatief kiest dat de mensen in Zeeland tevreden maakt, is dat een bewuste keuze van Nederland", meent hij.

Extra bijdrage

Nederland wacht nog op toestemming van de Europese Commissie om de buitendijkse schorren aan te leggen. Het ministerie van LNV laat bovendien aan NU.nl weten dat het met Vlaanderen onderhandelt over een extra bijdrage.

Navraag bij de Vlaamse regering leert echter dat Vlaanderen niet meer wil betalen dan nu is toegezegd.

Volgens de Scheldeverdragen is ieder land verantwoordelijk voor de kosten van natuurontwikkeling op eigen grondgebied. Vlaanderen hoeft dus niets bij te dragen aan het duurdere alternatief.

Infrastructurele projecten

Maar het gaat niet alleen om geld. "In Nederland vraagt de voorbereiding en uitvoering van grote infrastructurele projecten als de A4, Betuweroute, HSL of Tweede Maasvlakte veel meer tijd dan in omringende landen.

Vlaanderen hoopt nog steeds op een snelle verruiming van de Westerschelde, maar gezien de ontwikkelingen in Nederland is het vertrouwen hierin niet groot", aldus Van den Berg.

Draagvlak

Volgens hem kan Nederland op het gebied van uitvoering veel leren van Vlaanderen. "Het OAP heeft destijds geadviseerd om binnen een half jaar helderheid te geven over de uitvoering van het natuurbeleid."

"Vlaanderen heeft dat gedaan en is direct begonnen, zonder maatschappelijke weerstand. Nederland kon geen knopen doorhakken, waardoor het draagvlak steeds minder is geworden."

Concurrentie

De verruiming van de Westerschelde is van levensbelang voor de haven van Antwerpen. Van den Berg spreekt tegen dat de het de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven zou verslechteren. "In Nederland kan men dit denken, maar het internationale bedrijfsleven ziet dit anders."

"Containerbedrijven varen via Hamburg, Rotterdam en Antwerpen naar China. Als er vertraging is op de Westerschelde, vertraagt de hele keten en dat neemt men Nederland kwalijk. Ook de haven van Rotterdam zal dan imagoschade oplopen."

"Bovendien komt een aanzienlijk deel van de containers die in Antwerpen worden verhandeld uit Nederland en is de Nederlandse economie dus ook gebaat bij een snellere handel."