AMSTERDAM - Hoger opgeleiden zijn de afgelopen jaren patriottischer geworden. Onder lager opgeleiden is sprake van een kleinere stijging of zelfs van een afname van de vaderlandsliefde.

Dat concluderen drie wetenschappers in het laatste nummer van het sociaalwetenschappelijk tijdschrift Migrantenstudies.

Het drietal keek in welke mate enkele honderden respondenten het in 1995 en in 2006 eens waren met stellingen als 'iedere Nederlander dient de nodige eerbied in acht te nemen tegenover onze nationale symbolen'.

Mensen met een hbo- of universitaire opleiding stemden daar in 2006 vaker mee in dan elf jaar eerder. Het patriottisme onder mensen met een mbo-opleiding steeg ook, maar minder sterk.

Bij personen met alleen een diploma van de middelbare school was er zelfs sprake van een afname.

 Positieve kanten

''Met name de hoger opgeleiden onderschrijven in 2006 sterker de positieve kanten van Nederland'', schrijven de wetenschappers.

''De recente aandacht voor het verstevigen van de Nederlandse identiteit lijkt juist onder de hoger opgeleiden te hebben geresoneerd. Waar zij in 1995 wellicht nog de norm ervoeren dat het niet juist was te onderschrijven om trots op Nederland te zijn, lijkt dat in 2006 ook onder deze groep verleden tijd.''

Lager opgeleiden

Overigens waren de lager opgeleiden in 1995 patriottischer dan de hoger opgeleiden. Daardoor zijn de twee groepen nu naar elkaar toe gegroeid. ''Het is opvallend dat hoger en lager opgeleiden meer op elkaar zijn gaan lijken in een nationalistische houding tussen 1995 en 2006.''

Het onderzoek is uitgevoerd door de sociaalwetenschappers Eva Jaspers, Marieke van Londen en Marcel Lubbers.