DEN HAAG - Medische hulpdiensten kunnen een grote ramp niet aan. In geen enkele regio in Nederland zijn er in zo'n geval genoeg medici beschikbaar. Vooral 's nachts zijn er bovendien te weinig ambulances om zwaargewonden snel naar ziekenhuizen te vervoeren.

Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerd onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. Geen enkele regio kan op medisch gebied zelfstandig een grote ramp behappen.

De samenwerking tussen regio's schiet bovendien tekort. Sommige regio's hebben geen afspraken met omringende gebieden over het verlenen van bijstand.

Ook werkt bijna niemand met een systeem om een actueel overzicht bij te houden van alle slachtoffers.

Ambulances

De geneeskundige hulpdiensten (GHOR) zijn onderverdeeld in 25 regio's. Slechts zes daarvan hebben genoeg ambulances om 's nachts in het eerste uur na een ramp 25 zwaargewonden te vervoeren.

Andere regio's hebben daar vele uren voor nodig, waardoor de kans op overlijden flink toeneemt. Gebieden met forse risico's op een ramp beschikken soms maar over zeer beperkte middelen.

Bedden

Ziekenhuizen hebben vaak maar heel weinig bedden beschikbaar als er zich een ramp voltrekt. Ze leggen zich daar ook niet graag schriftelijk op vast. In sommige regio's hebben kleine ziekenhuizen maar een bed in het geval van een ramp, grote ziekenhuizen stellen er drie beschikbaar.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelde al eerder vast dat de meeste ziekenhuizen hun opvangplannen niet goed afstemmen met de regio's.

Griepepidemie

De coördinatoren van de rampenregio's vinden dat zij zelf ook beter de touwtjes in handen kunnen hebben bij een griepepidemie. Nu ligt dat bij de GGD's.

De ministers Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) en Ab Klink (Volksgezondheid) zeggen dat er nu landelijke kwaliteitseisen moeten komen voor de geneeskundige hulp bij een ramp.

Volgens het rapport ontbreekt het daar nu nog aan. Ook wordt beter vastgelegd welke inspanningen van een regio verwacht moeten worden.