BAGDAD - Ruim zes jaar na de invasie in Irak heeft het Amerikaanse leger dinsdag de veiligheidstaken in de steden van het Arabische land formeel overgedragen aan Iraakse militairen en politieagenten.

De Iraakse president Jalal Talabani dankte de Amerikanen voor de offers die ze hebben gebracht om de dictator Saddam Hussein ten val te kunnen brengen.

Talabani zei voor de staatstelevisie dat de Amerikanen het gevaar hebben getrotseerd en de lasten hebben gedragen bij de strijd tegen het regime van Saddam Hussein en ''tegen de gemeenschappelijke vijand, de terreur''.

In Irak zitten nog ongeveer 134.000 Amerikaanse militairen. De meesten verkassen naar legerbases in het Arabische land.

In de steden blijft slechts een klein aantal Amerikanen achter voor het opleiden van Iraakse militairen. Voor 2012 moeten de laatste Amerikaanse troepen het land hebben verlaten.

Vieren

De autoriteiten in Irak hebben 30 juni uitgeroepen tot Nationale Soevereiniteits Dag. Vele tienduizenden Irakezen gingen in de nacht van maandag op dinsdag de straat op om het vertrek van de Amerikanen uit de steden te vieren.

In het buitenland wonende populaire Iraakse zangers als Salah Hassan, Kassem Sultan en Abed Falek kwamen terug om met hun landgenoten feest te vieren. Zelfs politiemensen stortten zich in het feestgedruis.

Gewelddadigheden

Sinds de inval waarbij in 2003 de Iraakse leider Saddam Hussein ten val werd gebracht, zijn meer dan 4300 Amerikaanse militairen en tienduizenden Irakezen om het leven gekomen.

Ondanks dat de gewelddadigheden zijn afgenomen is het land verre van veilig en vinden nog steeds bomaanslagen plaats.

Dinsdag meldde het Amerikaanse leger dat maandag vier Amerikaanse militairen zijn omgekomen bij gevechtshandelingen. De vier maakten deel uit van een multinationale divisie in Bagdad.