AMSTERDAM - C2000, het communicatiesysteem van de hulpdiensten, werkte niet goed na de crash van een Turkish Airlines-vliegtuig bij Schiphol op 25 februari.

Hulpverleners konden vaak geen verbinding krijgen. Daardoor moesten ze met hun mobiele telefoon gaan bellen.

Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd rapport van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de hulpverlening na de crash. Bij het ongeval kwamen negen inzittenden om en raakten tientallen anderen gewond.

C2000 deed het niet goed doordat het systeem overbelast raakte. Het had slechts elf groepen waar gesprekken konden worden gevoerd. De vele instanties die bij de hulpverlening betrokken waren, hadden er echter veel meer nodig.

Mobilofoon

Bovendien gebruikten hulpverleners de mobilofoon te vaak. Ze hadden dat eigenlijk alleen voor de belangrijkste berichten moeten doen.

Ook de beoordeling van de ernst van de verwondingen van slachtoffers op de rampplek, ging niet vlekkeloos. Mensen die niet meteen naar het ziekenhuis hoefden, werden opgevangen in een sportcentrum.

Daar bleken echter ook zwaargewonden te arriveren. Artsen besloten toen alle 42 personen alsnog naar het ziekenhuis te sturen.

Lijst

Een volledige lijst van alle passagiers en hoe het met hen was, liet bijna drie dagen op zich wachten. Familieleden wisten daardoor vaak niet hoe het met hun verwanten ging. Dit kwam onder meer doordat er op de rampplek geen registratie plaatsvond van de gewonden.

Ook de informatievoorziening aan de dertien ziekenhuizen die de slachtoffers opvingen, was niet goed. Zij hadden vaak nauwelijks een idee hoeveel slachtoffers hun kant opkwamen of hoe die eraan toe waren.

Snel op gang

Veel zaken gingen wel goed. Zo kwam de hulpverlening snel op gang. ''Vrijwel alle functionarissen met een rol bij de bestrijding van de crash werden snel gealarmeerd en kwamen snel op.

En door een efficiënte hulpverlening bij het toestel was het mogelijk tientallen slachtoffers snel van het rampterrein over te brengen naar een ziekenhuis.''

De onderzoekers spreken van''een voorbeeld voor andere gemeenten''. Zij beoordelen de hulpverlening in zijn geheel als ''zeker voldoende''.

Onderzoeksraad

Ook concludeerde de inspectiedienst dat medewerkers van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) na de vliegtuigcrash voor irritatie zorgden bij hulpverleners. Zij zouden de rampplek hebben betreden zonder zich eerst te melden.

Al een uur na het neerstorten van het Turkish Airlines-toestel zouden medewerkers van de OVV op de rampplek zijn begonnen met hun onderzoek.

''Zij hebben zich nooit direct of indirect bij mij gemeld'', zegt de leidinggevende van het zogeheten Commando Plaats Incident in het rapport. De Koninklijke Marechaussee zou hen vervolgens in opdracht van de burgemeester van Haarlemmermeer hebben verwijderd.

Irritatiesfeer

De leidinggevende zegt verder dat de OVV de hulpverlening niet heeft gehinderd, maar dat er wel ''een irritatiesfeer'' ontstond. ''Externe onderzoeksdiensten die te werk willen gaan op een rampterrein, zouden zich ten minste even moeten melden bij degene die de leiding heeft. Dat voorkomt wrijving.''

Een andere leidinggevende zegt in het rapport dat werknemers van de OVV later op de dag zouden hebben gedreigd met het stilleggen van de hulpverlening als zij geen toegang tot de rampplek zouden krijgen.

De OVV was overigens wettelijk bevoegd de plek van de crash te betreden.