AMSTERDAM - Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking is gemiddeld hoger dan in andere landen van de Europese Unie (EU). In 2007 had 31 procent van de 25- tot 64-jarigen in Nederland een diploma behaald in het hoger onderwijs.

Universitaire en hbo-opleidingen worden daaronder geschaard. In de hele EU ging het om gemiddeld 25 procent, blijkt woensdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de buurlanden van Nederland loopt het aandeel hoogopgeleiden uiteen van 24 procent in Duitsland en 27 procent in Frankrijk, tot 32 procent in Groot-Brittannië en Ierland. De Scandinavische landen scoren 'traditioneel' goed, merkt het CBS op, waarbij Finland met 36 procent de meeste hoogopgeleiden heeft.

Estland

Ook in enkele landen die na 2004 lid zijn geworden van de EU is het relatief goed gesteld met het opleidingsniveau van de bevolking. In Estland was in 2007 33 procent van de 25- tot 64-jarigen hoogopgeleid, in Litouwen 29 procent.

Uitgaven

Ook de Nederlandse uitgaven aan het onderwijs liggen boven het gemiddelde in de EU. In 2005 stak de Nederlandse overheid ongeveer 5,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in het onderwijs, terwijl het EU-gemiddelde 5,1 procent bedroeg. In Denemarken, dat in de EU al jarenlang het meest uitgeeft aan onderwijs, ging het om 8,3 procent van het bbp.