Deel slachtoffers kampt nog met gevolgen legionella

AMSTERDAM - Een deel van de slachtoffers van de legionella-uitbraak in het Post CS-gebouw in Amsterdam kampt nog steeds met lichamelijke gevolgen van de besmetting.

Dat bleek maandag bij de rechtbank in Amsterdam na het begin van de strafzaak tegen twee bedrijven en zes personen die volgens het Openbaar Ministerie (OM) verantwoordelijk zijn voor de legionella-uitbraak.

Daardoor raakten 29 personen besmet, van wie er twee aan de gevolgen overleden.

Koeltoren

De uitbraak van legionella ontstond in juli 2006 in de koeltoren van het gebouw. De vervolgde bedrijven zijn de eigenaar en de beheerder van de koeltoren, de zes verdachten werkten bij deze ondernemingen.

Volgens het OM hadden de verdachten moeten en kunnen weten dat de koeltoren werd opgestart zonder de chemicaliën die noodzakelijk zijn om legionellagroei te voorkomen. De toren is ruim een maand zonder chemicaliën in bedrijf geweest.

Vermoeidheid

Uit de verklaringen van verschillende slachtoffers blijkt dat ze nog steeds niet zo kunnen functioneren als vroeger. Ze spreken van vermoeidheid en een slechte conditie. Een aantal heeft de besmetting ternauwernood overleefd.

Volgens een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is het uit te drukken in de hoogste graad van waarschijnlijkheid dat de koeltorens de besmettingshaard zijn geweest.

Daarin werd namelijk een zeer hoge concentratie van de bij de slachtoffers vastgestelde legionella gevonden. Er zijn in de buurt geen andere bronnen gevonden en de besmette mensen zijn allemaal in de buurt van het gebouw geweest.

Toezicht

Uit een onderzoek van inspectiebedrijf Kiwa blijkt verder dat er geen goed toezicht op het onderhoud van de koeltorens werd gehouden. Ook werden ze niet voldoende gecontroleerd. Verder was er geen calamiteitenplan.

De zaak wordt dinsdag voortgezet. Naar verwachting formuleert de aanklager donderdag zijn strafeisen.

Tip de redactie