'Operatie Deh Rashan heel goed verlopen'

VALKENBURG - De Nederlands-Afghaanse operatie Mani Ghar in de provincie Uruzgan is min of meer afgesloten en ''heel goed verlopen''. De Nederlandse militairen hebben het gebied bij Deh Rashan onder controle, er is een militaire post geplaatst en opbouwprojecten zijn begonnen.

Dat zei commandant der strijdkrachten Peter van Uhm woensdag in het Limburgse Valkenburg.

Daar vindt een informele bijeenkomst plaats van de acht landen die in het zuiden van Afghanistan de grootste militaire bijdrage leveren aan de ISAF-missie van de NAVO.

Deh Rashan stond tot voor kort bekend als een bolwerk van de Taliban, waar de ISAF-troepen nog niet aanwezig waren. Maar toen ongeveer duizend Nederlandse, Australische en Afghaanse militairen er medio mei op afgingen, bleek er nergens tegenstand.

Wapens

Er werden veel wapens en opslagplaatsen gevonden. Nederlandse manschappen blijven de komende tijd nog in het gebied, waarna de Afghanen het geleidelijk moeten overnemen.

Volgens Van Uhm zijn voordat Mani Ghar begon, contacten gelegd met de dorpsoudsten en zijn de troepen naar het gebied ten noorden van Tarin Kowt getrokken toen er zicht was op de situatie.

Volgens hem is het belangrijk dat de militairen er permanent aanwezig en zichtbaar zijn. Volgens hem snappen de inwoners dat er niet 100 procent veiligheid valt te garanderen, maar is het voor hen wel belangrijk dat ze de inzet van de Afghanen zelf ook zien.

Gevechtscontacten

De bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten zegt dat er de afgelopen maanden nauwelijks gevechtscontacten zijn geweest tussen Nederlanders en de Taliban.

Daar is hij blij mee. Maar elders in Uruzgan leveren de milities wel strijd met Afghaanse, Amerikaanse en Australische militairen.

De coalitielanden in het zuiden van Afghanistan werken volgens Van Uhm goed samen en zitten op één lijn. ,,Ik heb geen klachten daarover.''

Anders

De andere landen zijn wel anders begonnen dan Nederland, dat eerst gebieden met veel inwoners onder controle heeft gebracht en pas daarna de controle verder heeft uitgebreid.

Maar de Nederlandse aanpak heeft volgens de generaal een extra slag gemaakt, omdat in Nederland de ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking goed en vaak met elkaar overleggen over de gewenste aanpak.

Van Uhm denkt niet dat dit in andere landen zo intensief gebeurt.

Tip de redactie