UTRECHT - De helft van de Nederlandse universiteiten zitten in de rode cijfers. Ze maken zich daarover grote zorgen, omdat de ambities van Nederland als kennissamenleving sterk onder druk komen te staan.

Volgens het dinsdag verschenen jaarverslag van de VSNU geven zeven van de veertien Nederlandse universitieiten meer lasten dan baten. Uit de afzonderlijke jaarverslagen valt op te maken dat het gaat om de Universiteit van Amsterdam, die van Maastricht, Tilburg, Delft, Twente, Eindhoven en de Open Universiteit.

Het eigen vermogen van de universiteiten daalt. Daardoor wordt de afhankelijkheid van de kapitaalmarkt steeds groter. Gevolg daarvan is dat het moeilijker is om noodzakelijke investeringen te doen, teneinde onderwijs en onderzoek op peil te houden.

Het aantal beginnende studenten neemt toe. Inmiddels staan ruim .000 studenten ingeschreven bij de universiteiten. De instroom wordt steeds diverser: Meer studenten die via het HBO instromen en meer buitenlandse en allochtone studenten. Het aantal promovendi daalt, vooral in de technische vakken.

Maatregelen om de vergrijzing tegen te gaan, lijken volgens het jaarverslag hun vruchten af te werpen. De doorstroom van vrouwen naar hogere posities is eveneens verbeterd. Universiteiten kennen een laag ziekteverzuim en betrekkelijk weinig werknemers die in de WAO terechtkomen.

In internationaal opzicht leveren Nederlandse wetenschappers goede prestaties. Qua investeringen in onderzoek loopt Nederland echter achter, met name door achterblijvende bijdragen van het bedrijfsleven. Ook op het gebied van onderwijs hebben universiteiten per student steeds minder te besteden en verder zijn er problemen op het gebied van huisvesting.