RIVA DEL GARDA - Minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken is bereid een groot deel van het Nederlands buitenlands beleid over te laten aan de grote lidstaten van de Europese Unie. Bijvoorbeeld over de toekomst van Irak moeten in zijn ogen de vier Europese leden van de VN-Veiligheidsraad een EU-standpunt voorbereiden. De andere lidstaten moeten zich daar in de praktijk dan wel bij neerleggen.

”De grote lidstaten moeten het beleid maken”, aldus De Hoop Scheffer zaterdag na afloop van informeel overleg met zijn Europese collega's in het Italiaanse Riva del Garda. “Nederland kan dat niet doen.” Als de grote lidstaten in de EU onderling op één lijn zitten, is het volgens De Hoop Scheffer ook “moeilijk voor Luxemburg, Letland of ook een middelgroot land als Nederland om daar nee tegen te zeggen”.

In de praktijk

In de ogen van De Hoop Scheffer zijn niet alleen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië grote lidstaten, maar ook Italië, Spanje en vanaf volgend jaar ook Polen. “In de praktijk zijn het wel Parijs, Berlijn en Londen die het Europees standpunt bepalen.”

De Hoop Scheffer zit met zijn standpunt op dezelfde lijn als zijn partijgenoot en voorganger Van den Broek. De Hoop Scheffer vindt echter dat dat telkens in de praktijk moet blijken. In tegenstelling tot Van den Broek vindt hij dat de EU daar geen vast principe van moet maken, dat ook letterlijk in de nog te schrijven Europese grondwet wordt vastgelegd.

De VVD-fractie in de Tweede Kamer vindt het vreemd dat De Hoop Scheffer hier nu mee komt. “Het is een onzalig idee dat Nederland geen stempel meer zou drukken op het Europees beleid. De EU-landen moeten meer samenwerken en beter met één stem spreken, maar ook de kleinere landen moeten meedoen”, zegt VVD-Tweede-Kamerlid Van Baalen.

Europese grondwet

Hij wijst erop dat deze discussie net is gevoerd in het kader van de Europese grondwet. “De VVD was en blijft daartegen. Kennelijk is deze gedachte bij hem opgekomen tijdens het diner maar het is beter als hij die bij het ontbijt alweer is vergeten.”

Ook de PvdA is tegen. “Dit lijkt een verkwanseling van de Nederlandse belangen in het buitenlandse politieke beleid. Nederland moet invloed blijven houden in Europa”, stelt woordvoerder Koenders in een reactie. Het PvdA-Kamerlid vindt de uitspraken van de minister “onnavolgbaar en tegenstrijdig”, zeker gezien het feit dat het kabinet tegen de afschaffing van het vetorecht is. Dat geeft elk EU-land het recht in zijn eentje beleid tegen te houden. De PvdA wilde wel af van het vetorecht.