DENHAAG - Een van de twee Marokkaanse broers uit het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart die om hun criminele activiteiten tot ongewenst vreemdeling waren verklaard, mag niet worden uitgezet.

De rechtbank in Den Haag heeft deze week bepaald dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet kan bewijzen dat de gegevens kloppen die voor de ongewenstverklaring zijn gebruikt.

Hij kwam in aanmerking voor ongewenstverklaring toen hij in november 1999 een misdrijf pleegde; volgens de IND had hij toen namelijk pas een jaar en drie maanden een verblijfsstatus.

Onbetrouwbaar

Gedurende enkele daaraan voorafgaande periodes had hij die volgens de IND niet. Volgens de rechtbank zijn de computerbestanden van de IND echter onbetrouwbaar wat betreft de historie van verblijfsgegevens.

De dienst moet nu opnieuw beoordelen of de man inderdaad tot ongewenst vreemdeling verklaard kan worden.

Marcouch

In april werd bekend dat stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch de man en diens broer het land wilde laten uitzetten. De mannen zijn rond de twintig jaar oud en wonen al vijftien jaar in Nederland.

Reden voor de wens tot uitzetting was dat ze deel zouden uitmaken van een criminele groep. Ze hebben geen geldig paspoort en hun verblijfsvergunning is in 2006 afgelopen.