NAJAF - Een van de leidende sjiietische geestelijken in Irak, ayatollah Mohammed Baqer al-Hakim is vrijdag bij een bomaanslag in de stad Najaf om het leven gekomen. Door de explosie van een autobom bij de imam Ali-moskee, op het moment dat het vrijdaggebed net was geëindigd, werden behalve al-Hakim nog meer dan honderd andere mensen gedood.

Het aantal doden door de aanslag in Najaf isopgelopen tot 124. Dat meldde de Amerikaanse nieuwszender CNN vrijdagavond op basis van nieuwe gegevens van ziekenhuizen in de Iraakse stad. Tot nu toe was gemeld dat zeker 82 mensen om het leven waren gekomen. Ruim tweehonderd personen raakten gewond door de explosie van een autobom bij de imam Ali-moskee. Door de klap werd een auto tientallen meters weggeslingerd en werden enkele nabijgelegen gebouwen verwoest.

De 63-jarige Al-Hakim was de leider van de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (Sciri), die jarenlang vanuit Iran streed tegen het soennitische regime van Saddam Hussein. De geestelijke kwam afgelopen mei na een verblijf van ruim twintig jaar in Iran terug naar Najaf.

Gematigd

In deze voor sjiieten heilige stad ontbrandde na de val van Saddam een felle machtsstrijd tussen verscheidene sjiietische groeperingen. De zaak escaleerde na de moord op de sjiitische leider Abdul Majid al-Khoei in de imam Ali-moskee in april. Al-Khoei, de zoon van de grootayatollah die de spirituele leider was van de Iraakse sjiieten tijdens de Golfoorlog in 1991, gold als gematigd en als een mogelijk nieuw bestuurder van een naoorlogs Irak.

De Sciri van al-Hakim speelt een cruciale rol in de machtsstrijd in Najaf, onder meer omdat de beweging bereid is tot een beperkte samenwerking met de Amerikaanse bezettingsmacht. De broer van de nu vermoordde geestelijke is lid van de, door de Amerikanen ingestelde, Iraakse regeringsraad die onder meer belast is met het schrijven van een nieuwe grondwet. In de regeringsraad hebben vertegenwoordigers van verscheidene etnische en religieuze groeperingen in Irak zitting.

Niet opgeëist

De aanslag op al-Hakim en de imam Ali-moskee is niet opgeëist. Een van de belangrijkste rivalen van al-Hakim was de geestelijke Muqtada al-Sadr. Maar deze veroordeelde vrijdag de aanslag en riep op tot een algemene staking van drie dagen om tegen het geweld te protesteren.

Al-Sadr is de zoon van de zeer invloedrijke ayatollah Mohammed Sadiq al-Sadr, die in 1999 door het regime van Saddam werd vermoord. Al-Sadr is fel gekant tegen de aanwezigheid van de Amerikanen en weigert iedere medewerking met hen. Ook vrijdag haalde hij uit naar de Amerikanen, die volgens hem "de bevolking niet verdedigen en het niet toelaten dat wij zelf veiligheid scheppen".

Geen troepen aanwezig

Vertegenwoordigers van de Sciri in Groot-Brittannië en Duitsland spraken het vermoeden uit dat aanhangers van het Saddam-regime achter de aanslag op al-Hakim zitten. Ook zij beschuldigden de Amerikanen ervan de geestelijke en de moskee geen bescherming te hebben geboden. Maar een woordvoerder van het Amerikaanse leger liet weten dat er geen troepen in het centrum van Najaf aanwezig zijn, omdat het gaat om voor moslims heilige grond.

Al-Hakim en zijn familie waren al eerder doelwit van aanslagen. Vorige week zondag raakte een oom van Mohammed Baqr, ayatollah Mohammed Saïd al-Hakim, gewond door een bomexplosie in Najaf. Die kostte het leven aan zijn drie bodyguards.

De Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, heeft de aanslag veroordeeld. Hij beloofde dat de VS hulp zal bieden bij het zoeken naar de verantwoordelijken van de terreurdaad. In het noorden van Irak kwam vrijdag ook een Amerikaanse militair om het leven toen onbekenden het vuur openden op een Amerikaans konvooi.