RIJSWIJK - De Raad van Hoofdcommissarissen (RHC) is teleurgesteld over het oordeel van de politierechter in Amsterdam dat politiemensen moeten kunnen omgaan met agressie en geweld.

Volgens de korpschefs gaat er een verkeerd signaal uit van het besluit van de rechter wangedrag tegen politiemensen niet dubbel zo zwaar te bestraffen.

Dat liet de Raad van Hoofdcommissarissen dinsdag weten.

De raad reageerde op een uitspraak van de rechter, dinsdag, waarbij zeventien verdachten voor de rechtbank verschenen voor wangedrag tegen ambtenaren in functie.

Er kwamen onder meer zaken aan bod van verdachten die zich hebben misdragen tegen politiemensen, straatcoaches en personeel van het openbaarvervoerbedrijf GVB.

Onderscheid

De rechter maakte daarbij onderscheid tussen belediging van politieagenten en straatcoaches aan de ene kant en ambulancepersoneel aan de andere, omdat agenten meer rekening moeten houden met agressie.

''De hoogte van de uitgesproken straffen viel weliswaar iets hoger uit dan voorheen, maar de rechter volgde niet de 100 procent hogere strafeis van het Openbaar Ministerie in het kader van geweld en agressie tegen dienaren in de publieke taak'', zo stelt de raad.

Beroepsgroep

''Dat de rechter hiermee een signaal van uitzondering voor de politie als beroepsgroep binnen de publieke taak maakt, vindt de RHC teleurstellend.''

De korpschefs voelen zich in de steek gelaten door het oordeel van de rechter. ''Met de stelling van de politierechter dat het hier gaat om 'een beroepsrisico', voelt de RHC zich niet gesteund als het gaat om het handhaven van gezag.

Politiemensen moeten zich in hun optreden in de rug gesteund voelen, door de samenleving en waar nodig de rechterlijke macht.''