PHILIPSBURG - De fractievoorzitters van de partijen in de Tweede Kamer zien niets in een status aparte voor Sint Maarten. De autoriteiten op het eiland eisten woensdag in een keiharde anti-Curaçao verklaring hulp van de Nederlandse politiek voor het verkrijgen van meer autonomie.

Ze betichtten de Antilliaanse regering, die zetelt op Curaçao, van "grove nalatigheid wat betreft het in stand houden van een verantwoord niveau van dienstverlening op Sint Maarten".

Geschrokken

De fractievoorzitters zijn geschrokken van de enorme verwijdering tussen Curaçao en Sint Maarten, maar voelen niets voor het creëren van nieuwe landjes. Ze zien meer in het het maken van afspraken per eiland, waarbij kan verschillen wat zelf wordt geregeld en waar Nederland nog bemoeienis mee heeft.

Daarnaast zou er gemeenschappelijk beleid moeten zijn voor alle eilanden over bijvoorbeeld rechtshandhaving en monetaire zaken.

Financieel-economisch moeras

Sint Maarten probeert al jarenlang los te komen van Curaçao en wil per 1 januari 2004 een status aparte, zoals Aruba die al bijna twintig jaar heeft. Curaçao zou het bovenwindse eiland mee trekken in het financieel-economisch moeras, terwijl Sint Maarten volgens politici, bedrijfsleven en vakbonden op eigen benen veel beter af zou zijn.

De belangen van Sint Maarten zouden volledig ondersneeuwen in de door Curaçao gedomineerde regering en Staten (parlement). Sint Maarten (40.000 inwoners) heeft in de 22-koppige Staten 3 zetels; Curaçao 14 (150.000 inwoners).

'Onevenwichtigheid'

Twee dagen nadat haar partij boos uit de regering stapte sprak fractievoorzitter Wescott-Williams van de Democratische Partij (DP) Sint Maarten in haar oproep aan de Nederlandse parlementariërs van "onevenwichtigheid van de machtsverhoudingen." De onderwerpen van de kleine eilanden worden volgens haar gemarginaliseerd. "Op sociaal-economisch gebied is er voortdurend spanning tussen de landelijke en eilandregelgeving."

Wat het meer welvarende Sint Maarten onder meer steekt is dat de helft van de geinde belastingen op het eiland naar Curaçao vloeit en dat belangrijke beslissingen over onderwijs en sociale zekerheid ook door de centrale regering worden genomen. "We willen niet langer de misbruik van macht accepteren", aldus Wescott-Williams.

Ze verwacht dat 'haar' eiland, met toerisme als belangrijkste inkomstenbron, heel goed de eigen broek kan ophouden. De Nederlandse politici hadden weliswaar begrip voor de noodkreet van Sint Maarten, maar vinden een status aparte te ver gaan. De problemen waarmee de Antillen kampen, worden er niet mee opgelost.

Staatkundige oplossing

"Het is een staatkundige oplossing voor iets wat geen staatkundig probleem is", vindt PvdA-leider Bos. Per eiland zouden er volgens hem afspraken moeten worden gemaakt over samenwerking met Nederland. Verhagen (CDA) en Van Aartsen (VVD) willen eveneens meer op maat gesneden samenwerking en meer vrijheden voor de eilanden op terreinen waar dat kan.

Ook de dubbele bestuurslaag, eilandraden met daarnaast een centrale regering, is de fractievoorzitters een doorn in het oog. Schrappen van het landelijk bestuur zou volgens Dittrich een mogelijkheid kunnen zijn. Vos (GroenLinks) en Rouvoet (ChristenUnie) zijn voorstander van meer zetels voor de kleinere eilanden in de Staten. Volgens Rouvoet zou ook de instelling van een Senaat machtsmisbruik kunnen elimineren.

Alle fractievoorzitters zijn van mening dat er snel iets moet gebeuren. "Want het is duidelijk dat er geen algemeen Antilliaans belang bestaat", concluceerde Bos. Rouvoet vermoedde zelfs dat "het nooit meer goed komt tussen Sint Maarten en Curaçao". Vos: "Zo kan het echt niet langer."

Voortouw

Minister De Graaf van Koninkrijksrelaties zou het voortouw moeten nemen bij de herziening van de relaties tussen Nederland en de Antillen. De politici willen dat hij haast maken met de instelling van een door iedereen gesteunde commissie die voorbereidingen moet gaan treffen, zodat er volgend jaar bij de evaluatie van het dan 50-jarige Koninkrijksstatuut echt iets kan veranderen. Vos is van mening dat naast Nederlandse en Arubaanse vertegenwoordigers alle eilanden zitting in de commissie moeten hebben.