AMSTERDAM - Van waarheidsvinding in de afpersingszaak tegen verdachte Willem Holleeder (50) kan nooit meer sprake zijn.

Met die conclusie begon de advocaat van Holleeder, Stijn Franken, donderdag zijn slotpleidooi in het hoger beroep. Holleeder moet in zijn ogen worden vrijgesproken.

''Door de enorme publiciteit die over hem is geweest, zijn getuigen en andere betrokkenen aantoonbaar, bewust of onbewust, beïnvloed. De waarheidsvinding is hierdoor een schier onmogelijke opgave'', benadrukte de raadsman."

"Dit probleem had volgens hem misschien nog kunnen worden ondervangen als politie en justitie goed onderzoek hadden gedaan. Franken: ''Maar dat is niet gebeurd.''

Eis

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste op 20 april tien jaar cel tegen Holleeder. De Amsterdammer is wat de aanklagers betreft wel degelijk schuldig aan het afpersen van een paar zakenlieden, onder wie de in 2004 geliquideerde vastgoedhandelaar Willem Endstra.

Ook wordt hij verantwoordelijk gehouden voor enkele ondergeschikte feiten.

Bewijs

Volgens het OM ligt er voldoende bewijs op tafel. Zo menen de aanklagers dat er verschillende getuigenverklaringen zijn die stellen dat Holleeder 'de drijvende kracht' is geweest achter de afpersingen die hem en medeverdachten ten laste zijn gelegd.

Franken wijst er op dat aan al die verklaringen van alles af is te doen. Ze zijn beïnvloed door de vele media-aandacht, maar ook door de opsporingsambtenaren.

Uitingen

Uit verschillende uitingen van deze dienders blijkt dat zij vooraf al overtuigd waren van de schuld van Holleeder, aldus Franken.

Het opsporingsteam heeft een eigen waarheid gecreëerd, vulde zijn collega-advocaat Chrisje Zuur aan.

Overtuiging

De overtuiging werd door rechercheurs en soms zelfs aanklagers actief uitgedragen. Maar niet alleen tegenover de getuigen, zelfs ook tegenover het publiek.

De advocaat noemde ook voorbeelden van getuigen die na publicaties aantoonbaar anders en meer belastend voor Holleeder hadden verklaard. ''Hij is uiteindelijk publiekelijk uitgegroeid tot het gezicht van de vaderlandse poldermaffia.''

Achterbankgesprekken

Verder wees Franken nog op de zogenoemde achterbankgesprekken van Willem Endstra met rechercheurs van de inlichtingendienst van de politie.

De registratie hiervan is een belangrijke pijler onder het bewijs van het OM. Onterecht, stelt Franken.

Hij haalt daarvoor een onderzoek aan van de rechtspsychologen Hans Crombag en Willem Wagenaar.

Rapport

Die schreven een vernietigend rapport over de bewijswaarde van deze achterbankgesprekken.

Hierin had de vastgoedtycoon de regie en dobberen zijn gesprekspartners, rechercheurs van de criminele inlichtingendienst, ''stuurloos mee naar waar Endstra hen wil leiden'', zo constateerden zij.

Endstra

Volgens de wetenschappers geven de gesprekken ''slechts zicht op de wijze waarop Endstra hoopte zich van Holleeder te kunnen ontdoen.''

De rechercheurs hebben verzuimd Endstra erop te wijzen dat hij maar beter de waarheid kon spreken. In plaats daarvan lieten zij zich ''gewillig leiden'' en kon Endstra zijn eigen rol minimaliseren en die van Holleeder maximaliseren.

Toch wil de raadsman niet dat het gerechtshof het OM niet-ontvankelijk verklaart, vanwege de laakbaarheden in het onderzoek. Holleeder wil namelijk volledige vrijspraak.

Het pleidooi wordt dinsdag voortgezet.