AMSTERDAM - Daders van valse bommeldingen worden nauwelijks aangepakt, terwijl de politie en andere hulpdiensten vorig jaar minstens 250 keer zijn uitgerukt voor een valse melding.

Dat schrijft het Nederlands Dagblad op basis van een rondgang bij de hulpdiensten. Het verhalen van de schade op de daders blijkt volgens de krant een hele klus.

Het zou de politie niet altijd lukken de nutteloos bestede uren op de melder te verhalen. Ten eerste is het vaak lastig de dader te vinden.

Daarbij hoeft de melder van de rechter meestal alleen de extra kosten van het korps te vergoeden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de overuren die de agenten hebben gedraaid.

Vertraging

Verder valt volgens de krant bij de dader in veel gevallen niets te halen. Voor de NS is het ook lastig de schade te verhalen. Een bommelding levert vaak vertraging op, maar dat is moeilijk in geld uit te drukken.

De maximum straf op een valse melding is in 2004 verhoogd van twee weken naar vier jaar. In de praktijk zouden melders veelal niet meer dan een taakstraf krijgen.

Poederbrieven

In de telling zijn alleen bommeldingen meegenomen. Meldingen van verdachte pakketjes of poederbrieven zijn niet meegeteld. Het werkelijke aantal bommeldingen ligt waarschijnlijk een stuk hoger.

De politiekorpsen van Utrecht, Den Haag en Rotterdam weigerden namelijk mee te werken uit vrees dat een artikel hierover mensen op ideeën zou brengen. De spoorwegpolitie kon volgens de krant geen cijfers over bommeldingen verstrekken.

De marechaussee op Schiphol onderzocht vorig jaar 56 valse meldingen. In de eerste vier maanden zijn al twintig meldingen onderzocht. De politie in Amsterdam rukte vorig jaar 55 keer voor een valse melding uit.