AMSTERDAM - Ruim de helft van de Nederlanders staat elk jaar op 4 mei om 20.00 uur twee minuten stil tijdens de nationale dodenherdenking. Een kwart doet dat 'meestal'.

Onder allochtonen en jongeren tussen 13 en 24 jaar staat ongeveer veertig procent jaarlijks stil bij de dodenherdenking. Dat blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2009 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Onder 65-plussers is de deelname aan de herdenking groter (67 procent) dan onder jongeren tussen 13 en 24 jaar (41 procent).

Autochtonen staan bovendien vaker stil bij de dodenherdenking (57 procent) dan niet-westerse allochtonen (40 procent).

Deelname

De deelname aan de herdenking bestaat meestal uit het kijken naar de televisie (84 procent). Zo'n vijftien procent van de ondervraagden bezoekt een herdenking.

Dat geldt vaker voor hoger opgeleiden (21 procent) dan voor mensen met een lagere opleiding (12 procent).

Van de mensen die op de hoogte zijn van een gemeentelijke herdenking, is twintig procent van plan er naartoe te gaan. Bij lokale activiteiten op Bevrijdingsdag geldt dit voor zo'n dertig procent.

Vrije dag

Ongeveer de helft van de ondervraagden is dankzij een vrije dag in staat om aan de activiteiten deel te nemen. Meer dan de helft vindt dat 5 mei voor iedereen een doorbetaalde vrije dag zou moeten zijn.

Uit het onderzoek blijkt verder dat iets meer dan de helft van de ondervraagden in het bezit is van een Nederlandse vlag.

De meesten van hen hangen op 5 mei de vlag uit, op 4 mei gebeurt dat iets minder vaak. Op Koninginnedag wordt het uitbundigst gevlagd.