DEN HAAG - Het budget dat nodig is om de Joint Strike Fighter (JSF/F-35) aan te schaffen is verhoogd van bijna 5,7 miljard naar ruim 6,1 miljard euro.

De verhoging met 400 miljoen euro komt door de aanpassing van het prijspeil van 2005 naar 2008. Defensie houdt vooralsnog wel vast aan een stuksprijs van de F-35 van 49,5 miljoen, volgens het prijspeil van 2002.

Rapport

Dat blijkt uit de rapportage van het project Vervanging F-16 over het jaar 2008 die staatssecretaris Jack de Vries (Defensie) en minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurden. Defensie wil tot 2023 in fases 85 toestellen kopen.

Risico's

Defensie onderkent de risico's in het JSF-project zoals de prijsontwikkeling, de onzekerheid of andere partnerlanden genoeg toestellen kopen en de waarde van de dollar ten opzichte van de euro. Onlangs bracht de Amerikaanse rekenkamer (GOA) ook dergelijke onzekerheden naar voren.

Toch schrijven De Vries en Van der Hoeven dat het F-35-programma de minste risico's heeft wat betreft de financiën, de (door)ontwikkeling en de operationele kwaliteiten. Ook heeft de F-35 volgens hen de laagste investeringskosten en de laagste totale levensduurkosten.

Grootste rivaal van de JSF is de Saab Gripen NG. Maar volgens Defensie scoort het Zweedse toestel op de door Nederland gewenste kwaliteiten minder goed.

Nederland

Nederland doet sinds 2002 mee aan de ontwikkeling van het nieuwe Amerikaanse gevechtsvliegtuig. In de eerste fase heeft Nederland 800 miljoen dollar gestoken. In ruil daarvoor haalt de Nederlandse (luchtvaart)industrie orders binnen.

Tot eind 2008 ging het om een omzet van 763 miljoen dollar. Van der Hoeven en de betrokken bedrijven ruziën nog over het deel dat de bedrijven over hun omzet aan de Staat moeten betalen.

Het JSF-project leidt in het parlement tot veel onduidelijkheid. De Tweede Kamer stelde de afgelopen jaren maar liefst 2400 schriftelijke vragen over het project. Een kwart daarvan (660) werd in de afgelopen drie maanden gesteld.

Beslissing

Eind april moet de Kamer beslissen of ze meegaat in de wens van het kabinet om een van de twee JSF-testtoestellen te kopen. Met de eerste is een investering van 14 miljoen dollar gemoeid en met de tweede 11,5 miljoen.

Als Nederland in dit stadium alsnog afziet van de testfase, kost dat 12,5 miljoen dollar extra. De Vries vindt dat nodig om vanaf 2011, 32 mensen te kunnen opleiden en voorbereiden op het nieuwe vliegtuig. Onder hen zijn vijf vliegers.