AMSTERDAM - De twee Albert Heijn-medewerkers die in juni van dit jaar met geweld een winkeldief in de kraag grepen na het stelen van een blikje bier uit een supermarkt in Amsterdam, worden niet vervolgd. Het Openbaar Ministerie maakte dat vrijdag bekend.

De zaak tegen medewerker L.P. wordt geseponeerd omdat er, volgens een woordvoerster van het OM, bij zijn arrestatie sprake was van "buitenproportioneel machtsvertoon". "Dat ging op een hele vervelende manier, midden in de nacht met veel agenten en een hond en had ook heel anders gekund. Dit beschadigt iemand", aldus de woordvoerster. Volgens het OM is P. "voldoende getroffen door de gevolgen".

Gebrek aan bewijs

Van strafbaar handelen door de andere Albert Heijn-medewerker, S.L., is uit het politieonderzoek niet gebleken. Deze zaak wordt geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Het tweetal werd verdacht van poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Uit politieonderzoek is wel vast komen te staan, zo stelt het OM, dat P. geweld heeft gebruikt tegen de winkeldief. Volgens het OM was de klap die hij heeft uitgedeeld, met een gebalde vuist in de maagstreek, 'passend noch noodzakelijk'.

Politie

Na de arrestaties gaf de leiding van de Amsterdamse politie al toe de zaak verkeerd te hebben aangepakt. De AH-medewerkers kwamen vorig jaar in opspraak nadat zij met geweld een winkeldief hadden overmeesterd in dezelfde supermarkt in de hoofdstad. Het duo moest zich begin dit jaar daarvoor verantwoorden voor de politierechter. L. kreeg toen een geldboete opgelegd en P. werd vrijgesproken. Prins Bernhard nam de geldboete voor zijn rekening.