RIJSWIJK - Stier Herman had allang dood moeten zijn. Het dier zou in 1996 worden afgemaakt. Dat was de afspraak tussen het Leidse biotechbedrijf Pharming, de 'maker' van de genetisch gemodificeerde stier, en het ministerie van Landbouw. Dankzij protest van Pharming mocht Herman, mits gecastreerd, toch blijven leven.

De stier werd op 19 december 1990 geboren. Het was de eerste genetisch gemanipuleerde stier ter wereld. Een bevruchte eicel met geïnjecteerd menselijk genmateriaal werd in de baarmoeder van een draagkoe ingebracht. Het dier werd geboren met meer dan 100.000 stiergenen plus dat éne menselijk gen.

Herman moest voor nakomelingen zorgen die hoge concentraties van het menselijk eiwit lactoferrine in hun melk aanmaken. Het toegevoegde gen stimuleert de aanmaak daarvan. Deze stof werkt ontstekingsremmend en kan onder meer worden gebruikt als medicijn voor baby's met spijsverteringsstoornissen.

Weerstand

In totaal bracht Herman 49 nakomelingen voort. De dochters deden het goed: zij produceerden 50 gram lactoferrine per liter melk in plaats van de gebruikelijke 0,1 gram per liter. Nutricia, producent van babypoeder, financierde het onderzoek. Het ministerie van Economische Zaken stelde ook miljoenen guldens ter beschikking.

Herman riep veel weerstand op. Onder meer Dierenbescherming, Stichting Lekker Dier en ethici tekenden vanaf het begin protest aan. Geknutsel aan dieren is volgens hen moreel onaanvaardbaar. Dierenbescherming leverde felle kritiek op Nutricia. Voor de productie van het eiwit lactofferine zijn ook alternatieven voorhanden, redeneerde de organisatie.

Ook de kleine christelijke partijen in de Tweede Kamer hebben bezwaren tegen genetische experimenten met dieren en planten. De RPF-fractie vroeg in juli 1996 om een ethische toetsing. Een jaar later besloot Van Aartsen, destijds minister van Landbouw, dat onderzoekers die bij dieren biotechnologisch willen ingrijpen, een vergunning nodig hebben. De vergunningsplicht gold voor die tijd alleen voor proeven die door overheidsinstanties werden verricht.

Vanuit de Kamer kwam in 1996 een 'gratieverzoek' van VVD, D66 en PvdA om Herman te laten leven. Minister Van Aartsen ging akkoord.

Herman mocht blijven leven, mits hij onvruchtbaar werd gemaakt. De minister was bang dat anders genetisch gemodificeerde genen zich ongecontroleerd vermengen met de normale veestapel. In de zomer van werd Herman gecastreerd. Zijn 49 nakomelingen waren toen al vernietigd.