DEN HAAG - Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken wil met een onderzoek achterhalen wat voor soort integriteitsproblemen in de afgelopen vijf jaar hebben gespeeld in gemeenten en provincies.

De kwestie moet volgens Ter Horst hoger op de agenda. De minister zei dit donderdag tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer over de zogenoemde Sinterklaasaffaire in de Limburgse gemeente Echt-Susteren.

De affaire kostte tot nu toe de kop van twee wethouders in Echt-Susteren en van gedeputeerde Herman Vrehen die donderdag opstapte.

De kwestie draait om het illegaal toekennen van 750.000 euro aan subsidies aan plaatselijke verenigingen door de twee wethouders.

Onderzoek

Naar aanleiding van deze affaire kondigde commissaris van de Koningin in Limburg Leon Frissen vorige week een integriteitsonderzoek aan naar gedeputeerde Vrehen. Hij zou als bestuurslid van de lokale CDA-afdeling wellicht betrokken zijn bij de affaire.

Vrehen heeft de uitkomst van het onderzoek niet afgewacht en trad donderdag af. "Ik ben er rotsvast van overtuigd dat ik op geen enkele wijze het belang voor de provincie Limburg vermengd heb met mijn privébelangen", stelde Vrehen in een verklaring.

Onacceptabel

Minister Ter Horst vindt de kwestie Echt-Susteren "onacceptabel", maar ze gaf aan dat ook elders in het land geregeld openbaar bestuurders in de fout gaan. "Het probleem met integriteit is gewoon groot", zei ze. In gemeenten en provincies is "te vaak sprake van kwesties rond integriteit."

Het onderzoek naar de integriteit van Vrehen gaat overigens gewoon door. Frissen liet donderdag weten dat de ex-ministers Wim Deetman en Benk Korthals plaatsnemen in een onafhankelijke onderzoekscommissie.

Subsidie

Ook komt er een nader onderzoek of de twee wethouders op enigerlei wijze betrokken waren bij de verenigingen die subsidie ontvingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het integriteitsbureau van de Nederlandse gemeenten in opdracht van het college van Echt-Susteren.

Frissen zei dat Limburg "een enthousiast, gedreven en deskundig bestuurder verliest die zich met hart en ziel inzette voor Limburg".

Het college van Gedeputeerde Staten vindt dat Vrehen met zijn besluit respect afdwingt omdat hij het belang van Limburg boven zijn persoonlijk belang stelt.