DEN HAAG - De maatschappij moet initiatieven ontplooien om studenten en leerlingen meer uren te laten maken. Dat staat in een dinsdag verschenen advies van de Onderwijsraad. "Leren en onderwijs beperken zich niet tot het schoollokaal."

Het onderwijs staat er nu vaak alleen voor, concludeert de Onderwijsraad. Het onafhankelijke adviesorgaan vindt dat de samenleving meer betrokkenheid moet tonen bij het onderwijs, bijvoorbeeld door een 'nieuwe maatschappelijke identificatie'.

Hierdoor wordt goed onderwijs een verantwoordelijkheid van veel burgers, meent de raad.

Initiatieven

Om dit te bereiken, introduceert de Onderwijsraad het concept Uitgebreid Onderwijs (UO) als leidraad voor toekomstig beleid. Hierbij moeten initiatieven van publieke en private instellingen de leertijd van leerlingen en studenten verruimen. Zo raakt de samenleving ook meer betrokken bij de opleiding van de jeugd.

De 1040-urennorm voor brugklassers of de twintig contacturen in het hoger onderwijs zijn volgens de Onderwijsraad slechts een startpunt.

Bij het UO gaat het om initiatieven van scholen zoals een langere schooldag, zomeronderwijs en weekendscholen, maar ook om initiatieven die komen vanuit bedrijven, taalscholen, huiswerkinstituten en de kinderopvang.

Vakken

Ook de vraag wat jongeren nu werkelijk moeten leren, zou onderwerp van breed debat moeten zijn. Vakken vernieuwen zich geregeld en soms zelfs heel sterk zoals bijvoorbeeld biologie op dit moment.

Kopstukken

Verder moet de samenleving meer betrokkenheid tonen bij het onderwijs door kopstukken uit politiek, bedrijfsleven, sport en cultuur in te zetten. "Bij deze groepen is vaak de wil wel aanwezig, maar de weg naar het onderwijs nog onbekend."

Over de hele linie -van primair tot hoger onderwijs- moeten laagdrempelige initiatieven worden ontwikkeld om de 'lokale en regionale voorhoedes' een inhoudelijke bijdrage aan het onderwijs te laten leveren. Op deze manier kunnen zij hun 'verantwoordelijkheid nemen voor toekomstige generaties'.

Het gesprek over de inhoud van de lesstof moet 'breder' worden gevoerd. Minister van Onderwijs Ronald Plasterk (PvdA) moet stimuleren dat docenten, vakgenoten, de onderwijsbranche, betrokken burgers en jongeren zelf een publiek debat voeren over de vakken en de lesstof.