ZEIST - Artsen en verpleegkundigen zijn het geregeld met elkaar oneens over de behandeling van patiënten.

Zaken die in het ziekenhuis tot onenigheid kunnen leiden, zijn bijvoorbeeld de criteria om patiënten op te nemen, over te plaatsen naar andere afdelingen of te ontslaan uit het ziekenhuis.

Dit blijkt uit een onderzoek van het Landelijk Expertisecentrum Verpleegkundigen en Verzorgenden (LEVV) dat vrijdag in Zeist over de dilemma's en miscommunicatie tussen de beroepsgroepen een congres houdt.

Enquête

Verschil van mening over het moment van ontslag uit het ziekenhuis komt voor in 15 procent van de gevallen, blijkt uit een enquête van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).

Als een arts vindt dat een patiënt naar huis kan, vindt de verpleegkundige dat soms nog te vroeg.

"Artsen richten zich bij hun besluit meer op de medische situatie'', legt een woordvoerster van het LEVV uit, "terwijl de verpleegkundige meer vanuit de zorg kijkt.

Als iemand er thuis alleen voor staat, vindt de verpleegkundige een langer verblijf in het ziekenhuis soms gewenst.''

Medicijnen

Ook over de behandeling van patiënten is er nogal eens verschil van inzicht. Dit komt zelfs voor in 27 procent van de gevallen. Dan gaat het over zaken als wel of geen medicijnen tegen pijn geven, of meer of minder medicijnen.

Verpleegkundigen stellen meningsverschillen hierover niet altijd ter discussie en als dat wel gebeurt delven zij meestal het onderspit, aldus het rapport.

Artsen zijn bovendien vaak beter in staat hun argumenten kracht bij te zetten of staan gewoon op hun strepen.

Op eigen houtje

De frustratie hierover kan zo hoog oplopen dat verpleegkundigen op eigen houtje medicijnen gaan voorschrijven of zelfs het vak verlaten.

Het LEVV vindt dat een slechte zaak en meent dat de verpleegkundigen juist het gesprek moeten aangaan. Goede communicatie is van levensbelang en het bijhouden van vakkennis om artsen in sommige gevallen te kunnen overtuigen, aldus het rapport.