BAGDAD - De reparatie van de oliepijpleiding van Irak naar Turkije die vrijdag door een sabotageactie buiten werking is gesteld, zal zeker een maand duren. Dat heeft het Amerikaanse leger zondag gemeld.

Eerder zei de Iraakse minister van Olie, Thamir Ghadban, dat de reparatiewerkzaamheden zeker enkele dagen zouden duren. De sabotage betekent een belangrijke inkomstenderving voor Irak dat de oliedollars hard nodig heeft voor de wederopbouw van het land.

Volgens Ghadban werd de pijpleiding vermoedelijk gesaboteerd met een bom. De aanslag op de enige functionerende pijpleiding had plaats nabij Baiji, ongeveer 200 kilometer ten noorden van Bagdad en veroorzaakte een grote brand. Brandweerlieden hadden het vuur na uur blussen onder controle.

Door de pijplijn stroomde sinds drie dagen weer olie van de belangrijke noordelijke velden bij Kirkuk naar de Turkse havenstad Ceyhan. Volgens Amerikaanse militairen was de olie-export overigens al voor de brand stilgelegd, omdat de lijn op bepaalde punten de druk niet aankon.

Oliepijpleidingen in het noorden van Irak zijn de afgelopen maanden geregeld gesaboteerd. Baiji ligt in het soennitische gebied waar de voortvluchtige ex-dictator Saddam Hussein nog veel aanhang heeft. Zo vonden de Amerikanen de afgelopen dagen nog enkele niet-ontplofte bommen nabij de pijplijn naar Turkije.

Bovendien is het stelsel sterk verouderd. Door de economische sancties tegen het verdreven regime is al dertien jaar niet meer in de pijplijn geïnvesteerd.

Ook in het zuiden kampen de Irakezen met problemen. Door diefstal van elektriciteitsdraden werken de installaties daar maar op halve kracht.

Een belangrijke waterpijpleiding in Bagdad barstte zondagochtend na een explosie, waardoor straten blank kwamen te staan en veel inwoners in het noordelijk stadsdeel zonder water kwamen zitten. Volgens hen is er sprake van sabotage. Regeringsfunctionarissen zeiden dat de herstelwerkzaamheden de hele dag zullen duren.