DEN HAAG - Het heeft geen zin leerlingen van het basisonderwijs voor hun zesde jaar te toetsen op hun ontwikkelingsniveau. De Onderwijsraad schrijft dit in een advies aan minister Van der Hoeven van Onderwijs dat donderdag is gepresenteerd. De raad vindt dat de komende vier tot zeven jaar gewerkt moet worden aan de ontwikkeling van de toetsen.

De toetsen zouden gefaseerd moeten worden ingevoerd: eerst voor de vakken rekenen en taal en daarna voor de andere vakken. Het kabinet wil toetsen invoeren die aan het begin en aan het eind van de basisschoolperiode het individuele ontwikkelingsniveau van kinderen aangeven. Uit de tests zou moeten blijken of de school goed werk heeft geleverd bij de ontwikkeling van het kind.

Subsidie

Als uit de tests blijkt dat het onderwijs een goede invloed heeft gehad, zou de school zelfs meer subsidie moeten krijgen dan scholen die minder hebben gepresteerd. De onderwijsraad is het met dit voornemen zeer oneens. Volgens de raad bestaat het gevaar dat scholen alleen nog goede leerlingen zullen aannemen. Het zou bovendien een spreidingsbeleid voor allochtone kinderen kunnen doorkruisen. Allochtone kinderen hebben vaker leerproblemen dan autochtone leerlingen.

De onderwijsvakbond AOb heeft afwijzend gereageerd op het advies van de Onderwijsraad. Volgens de bond is het onmogelijk om te testen in hoeverre de school heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een kind. Gezinsomstandigheden, de buurt en het opleidingsniveau van de ouders zijn volgens de AOb ook belangrijke factoren die meespelen. De onderwijzersvakbond roept zijn leden op niet mee te werken aan de ontwikkeling van de toetsen.

Vrijheid

De invoering van de toetsen aan het begin en eind van de basisschool passen in het streven van het kabinet om scholen meer vrijheid te geven bij het inrichten van hun onderwijs. Het kabinet wil via de toetsen controleren of de aanpak van de scholen effectief is. De Onderwijsraad hamert erop dat de traditionele manieren van controleren via de onderwijsinspectie moeten worden afgebouwd. Anders zouden scholen het gevoel krijgen dat ze met de nieuwe aanpak alleen maar meer worden gecontroleerd.

Garanties

De Besturenraad, de organisatie voor christelijk onderwijs, vindt dat daarvoor harde garanties moeten komen. “Anders zul je zien dat in de praktijk de nieuwe controle bovenop de oude wordt ingevoerd”, zegt een woordvoerder. De organisatie moet sowieso nog zien dat de kwaliteitstoetsen in de praktijk goed gaan werken. “Het onderwijs wordt op deze manier wel erg technocratisch.”

De werkgeversorganisatie VOS/ABB voor het openbaar onderwijs is blij met het advies van de Onderwijsraad om de toetsen pas af te nemen als kinderen zes jaar oud zijn. Het ministerie wil de testen uitvoeren bij kinderen van vier. VOS/ABB is ook blij met het standpunt van de raad dat de subsidie aan scholen niet afhankelijk gemaakt mag worden van de leerprestaties van leerlingen.

Kabinetsplannen

Minister Van der Hoeven van Onderwijs vindt dat het advies van de Onderwijsraad waardevolle aanknopingspunten biedt voor de uitvoering van de kabinetsplannen. Ze wacht op de uitslag van andere onderzoeken voordat ze een definitief oordeel uitspreekt over het advies van de raad.

Haar eigen CDA-fractie in de Tweede Kamer heeft begrip voor de scepsis die leeft bij de scholen en onderwijzers over de plannen. ”Daarom is het goed”, zegt woordvoerder J. de Vries (CDA) “dat de onderwijsraad een lange voorbereidingstijd voorstelt”. Het CDA is, net als de raad, tegen een koppeling van de leerprestaties van de kinderen en de hoogte van de subsidie aan de school. De partij is voor de invoering van een leeftijdsgrens van zes jaar. “Wat ons betreft zou het ook nog doorgeschoven kunnen worden naar een jaar of acht.”