KIEV - De Oekraïense regering is van plan nieuwe huizen en publieke voorzieningen te bouwen voor mensen die sinds de ramp met de kerncentrale Tsjernobyl in 1986 in de omgeving zijn blijven wonen. Hierdoor moeten de bewoners van het radioactieve gebied de beschikking krijgen over elektriciteit, schoon water en moderne behuizing. Dit maakte het Russische persbureau Interfax woensdag bekend.

In april 1986 ontplofte een reactor in de kerncentrale van Tsjernobyl. Het was de ergste ramp in de geschiedenis van de kernenergie. In een straal van 70 kilometer werd alle menselijke bewoning verboden. Desondanks bleven ongeveer 5000 Oekraïense en Wit-Russische burgers achter in het gebied, dat ook wel als de ’doodszone’ bekend staat. Ze wilden niet vertrekken, omdat zij dachten dat ze geen vervangend onderdak zouden krijgen.

Om de algemene levensstandaard in de achtergebleven streek te verbeteren, wil de regering het moratorium op bouwactiviteiten opheffen. Volgens een regeringsmedewerker is een nieuwe wet in de maak om dat verbod ongedaan te maken.

Met de constructie van nieuwe huizen en andere faciliteiten wil Oekraïne de bewoners in de meest besmette gedeelten stimuleren om te verhuizen naar minder besmette gebieden.

Van de in totaal vier reactoren zijn er nog steeds drie actief. De omgeving van Tsjernobyl is tegenwoordig een natuurgebied met grote populaties everzwijnen en elanden. Wetenschappers hebben een bescheiden toename van het aantal mutaties geconstateerd.