HAMBURG - De Duitse geheime dienst heeft de Amerikaanse CIA al in maart 1999 gewezen op verdachte activiteiten van Marwan al-Shehhi, een van de kapers tijdens de aanslagen in de VS op 11 september 2001. Uit onderzoek van de Duitse zender ARD en het weekblad Stern is gebleken dat de Amerikaanse autoriteiten de waarschuwing uit Duitsland niet serieus namen.

Al-Shehhi verbleef in 1999 in Hamburg. Hij onderhield daar ook goede contacten met een in Syrië geboren Duitser, die de CIA al in had aangewezen als een belangrijk al-Qaedalid in Duitsland. Hij werd om die reden ook extra in de gaten gehouden.

Volgens Stern en ARD is de informatie over Al-Shehhi door de CIA niet doorgespeeld aan de FBI of aan de Amerikaanse immigratiedienst. De man uit de Verenigde Arabische Emiraten kon daardoor onopgemerkt op 30 mei 2000 naar de VS reizen. In de staat Florida volgde hij er vervolgens vlieglessen. Op 11 september 2001 bestuurde hij een gekaapte Boeing die zich in de zuidelijke toren van het World Trade Center boorde.

Een onderzoek van het Amerikaanse Congres wees kortgeleden al uit dat in de aanloop naar de aanslagen er slecht is samengewerkt tussen de verschillende geheime en andere opsporingsdiensten in de VS. In het rapport staat evenwel ook dat de Duitse autoriteiten de activiteiten van vermeende moslimextremisten maar beperkt volgden. Berlijn zou de dreiging van islamitische groeperingen onvoldoende als een bedreiging hebben gezien.

Volgens bronnen uit Duitse veiligheidskringen is de Amerikaanse kritiek op de Duitse diensten niet terecht. Er was wel degelijk samenwerking met de CIA, maar de “informatie werd niet teruggekoppeld”.