BRUSSEL - Snelle maatregelen tegen te hoge hoeveelheden ozon in de lucht, zoals het verbieden van autogebruik, hebben geen effect in kleine landen. Dat zegt een expert van de Europese Commissie, naar aanleiding van een controverse hierover tussen België, Frankrijk en Luxemburg.

De Belgische milieuminister Van den Bossche haalde vorige week de woede van haar Franse en Luxemburgse collega's op de hals. Zij wilde geen onmiddellijke maatregelen nemen tegen te hoge ozonconcentraties. Volgens haar experts hebben die stappen op korte termijn alleen maar een averechts effect, omdat er weer minder gassen in de lucht komen die de eerder uitgestoten ozon of andere schadelijke stoffen kunnen bestrijden.

Frankrijk en Luxemburg vroegen juist om medewerking van buurland België, omdat zij wel maatregelen nemen op korte termijn, zoals een beperking van de maximumsnelheid of het onder bepaalde omstandigheden laten staan van de auto. Zij vrezen een verminderd effect, omdat België niet meedoet. Van den Bossche wil echter alleen praten over maatregelen op lange termijn, omdat daar wel gunstige effecten van te verwachten zijn.

De Europese Commissie geeft haar daarin nu gelijk. “Ook hebben maatregelen voor de korte termijn geen effect op een klein grondgebied, zoals dat van België of bijvoorbeeld Nederland”, aldus een adviseur van Europees milieucommissaris Wallström dinsdag. “In een groter land als Frankrijk kunnen zij wel effecten hebben, mits deze maatregelen ook van toepassing zijn op het hele land.” Nederland heeft geen plannen op dit terrein.