ZEIST/KINSHASA - De berggorilla's in het Virunga Nationaal Park in de Democratische Republiek Congo maken het goed. Parkwachters hebben voor het eerst in maanden weer contact gehad met de bedreigde dieren. Ook de patrouilles om stroperij tegen te gaan zijn hervat.

Dat heeft het Wereld Natuur Fonds (WNF) dinsdag laten weten. De parkwachters werden vijftien maanden geleden door rebellenleider Laurent Nkunda uit het park verdreven.

Daardoor verloor het WNF het zicht op de 150 berggorilla's die in het gebied leven. Na lang onderhandelen gaf Nkunda toestemming terug te keren in Virunga en de werkzaamheden te hervatten.

Opgespoord

Het lijkt erop dat er geen gorilla's zijn gedood. "Het overgrote deel van de berggorilla's in het park is weer opgespoord en lijkt het goed te maken", aldus Johan van de Gronden, directeur van het Nederlandse WNF.

Nog niet alle parkwachters zijn teruggekeerd naar Virunga. Ongeveer de helft leeft nog in de vluchtelingenkampen omdat het geweld tussen de troepen van Nkunda en de regering aanhoudt.

Leefruimte

Ook is de druk op het park groot, vanwege de nabijgelegen kampen. Mensen sprokkelen hout en kappen bomen, waardoor de leefruimte van de gorilla's in het gedrang komt. Door zuinige kooktoestellen en brandhout uit te delen, hoopt het WNF dat de vluchtelingen uit het bos blijven.

De berggorilla is een bedreigde diersoort. Er zijn nog maar zevenhonderd van deze dieren.